Recensie ‘Schaatskunst’, Guus Heijnen

Recensie ‘Schaatskunst’, Guus Heijnen

Een roman over marathonschaatsen
18 November 2017

“Alex is professioneel marathonschaatser en succesvol in de ogen van iedereen om hem heen. Zijn liefde voor de sport is groot, maar soms knaagt er iets. Is er niet meer in het leven? Op een onverwachte plek, ontmoet hij Bettine, een knappe studente filosofie. Samen raken ze verzeild in een bijzonder kunstproject. De gebeurtenissen die volgen, zetten zijn leven op zijn kop en laten Alex een heel andere kant van zichzelf zien. Lukt het Alex om beide kanten van zichzelf te waarderen? En kan hij nog terug naar zijn oude leven?”

Schaatskunst

In ‘Schaatskunst’ maken we kennis met Alex, marathonschaatser. Alex is een wat recalcitrant personage, wat hem niet altijd even sympathiek over doet komen, maar hij houdt ontegenzeggelijk van zijn sport. Alex maakt een mooie persoonlijke ontwikkeling door, naarmate het boek vordert. Hij krijgt daarbij hulp van Bettine en een wat mysterieuze kunstenaar.

Het boek biedt een mooi inkijkje in het leven van een marathonschaatser en heeft genoeg verhaal om ook mensen die niet bekend zijn met de sport te kunnen boeien.

Heijnen, zelf filosoof, verwerkt filosofie in zijn boek door de Fransman Maurice Merleau-Ponty aan te halen: de mens bestaat in de eerste plaats als lichamelijk wezen en niet als denkend wezen. Voor een boek over sport, is dit een uitermate interessante filosofie. Zo interessant zelfs, dat het ook zonder het kunstproject wel stand had gehouden als verhaallijn. Het kunstproject is er vooral om de filosofie beeldend te maken, maar beeldende kunst laat zich niet zo makkelijk vangen in woorden. Alex legt in Zweden vele kilometers af op natuurijs, waardoor de theorie ‘eerst het lichaam, dan het denken’ steeds meer praktijk wordt. Uiteindelijk valt de filosofie ook samen met het dagelijks leven van Alex en maakt Heijnen de cirkel keurig rond.

De gedeeltes in het boek waarin hoofdpersoon Alex daadwerkelijk schaatst, of praat over schaatsen, zijn het sterkst. Heijnen weet als ex-schaatser een uniek inkijkje te geven in het hoofd van een schaatser en over te brengen hoe het voelt om pijn te lijden en af te zien. Alleen dit al, maakt dat het boek absoluut een plaatsje verdient in de boekenkast van de (marathon)schaatsliefhebber. Al met al een mooi debuut, waarbij we mogen hopen dat Heijnen de smaak te pakken heeft gekregen en ons in de toekomst zal trakteren op meer verhalen over schaatsen en filosofie.

Boek bestellen? Ga dan naar Schaatskunst