Het succesverhaal van de skeelerronde van Otterlo

Het succesverhaal van de skeelerronde van Otterlo

“We zijn een goed geoliede machine.”
13 July 2018

Waar veel organisaties met lede ogen toe moeten zien hoe de belangstelling voor skeelermarathons, zowel bij publiek als deelnemers, drastisch afneemt, is de skeelerronde van Otterlo nog altijd het hoogtepunt van het seizoen. Sinds jaar en dag vindt voorafgaand aan de marathon de strijd om de gouden Luctra plaats. Deze combinatie zorgt ervoor dat het publiek niet alleen kan genieten van de mannen en vrouwen van de lange adem, maar ook van Nederlands allerbeste schaatskampioenen.

Door: Miriam Bruijstens

Een peloton vol skeelergrootheden, een spectaculair parcours, een sfeervolle ambiance en veel publiek langs de hekken. Het lijkt een tafereel uit een ver verleden, maar in Otterlo is het ieder jaar weer raak. Hoe krijgt de organisatie dat ieder jaar weer voor elkaar? “Het is een pleziertje voor het hele dorp,” vertelt organisator Rob Hummelen. “We organiseren dit nu al 31 jaar en het is een echt dorpsfeest. Het is als een hobby begonnen en inmiddels is het uitgegroeid tot de grootste skeelerronde van Nederland. Elka jaar hebben we een paar grote toppers aan de start. Wij zijn als comité echte hobbyisten. We zijn geen schaatsvereniging, maar we organiseren het wel. Het geeft ook een kick om echte toppers binnen te halen. Het is echt heel gaaf als zij hier graag komen rijden. Ze trekken veel publiek. Dit jaar hebben we ook het onderdeel ‘Showtime’. Daarbij gaan we een aantal olympisch kampioenen huldigen. Natuurlijk kost dat geld, maar we hebben veel sponsors, dat is heel belangrijk.

Gerard Mulder, ook lid van het organisatiecomité vult aan: “We hebben de sponsors ook veel te bieden. Het is echt een topcombinatie en daar zijn we ieder jaar weer heel dankbaar voor. De skeelerkrant die we ieder jaar uitgeven, bereikt rond de 100.000 mensen, iedereen in de gemeente Ede en Barneveld krijgt hem in de bus. Wij bieden bedrijven voor een mooi bedrag een heel mooi sponsorpakket, zodat hun advertenties veel mensen bereiken. Als slechts drie procent van de mensen die hem in de bus krijgt, komt kijken, levert ons dat 3000 man publiek op.”

Aaibare sport

Voorafgaand aan de marathons, wordt er gestreden om de gouden Luctra, een kettinkje met een skeeler eraan. Kosten nog moeite worden gespaard om bij deze wedstrijd zoveel mogelijk bekende namen aan de start te krijgen. In het verleden stonden Gerard van Velde, Mark Tuitert, Ireen Wüst en de gebroeders Mulder al aan de start. Dit jaar is Jorien ter Mors de grote publiekstrekker. Gerard Mulder legt het belang van deze wedstrijd uit: “De gouden Luctra is belangrijk, omdat daar de echte publiekstrekkers aan meedoen. Mensen die af en toe schaatsen op tv kijken, herkennen die namen en komen dan speciaal kijken. Dan blijven ze daarna hangen om naar de marathon te kijken. Het helpt ook dat er veel vertier omheen is. Er is veel horeca, er zijn clinics, er zijn dingen te doen voor de kinderen, dat trekt allemaal mensen. En het is een aaibare sport. De sporters zijn heel benaderbaar, je kunt gewoon en praatje met ze maken, dat is de charme ervan, je kunt gewoon even met een olympisch kampioen komen kletsen. Dat vind ik het mooie aan de sport. Het is een harde sport op de weg, maar als de koers gedaan is, gaat iedereen weer heel vriendelijk met elkaar om.”

“Het skeeleren ligt op zijn gat.”

In Otterlo gaat alles dus van een leien dakje, maar dat het niet goed gaat met de skeelersport, beseft Hummelen maar al te goed. “Het skeeleren ligt wel op zijn gat, ja. Dat vind ik echt zonde. Bij de KNSB wordt het ook niet belangrijk gevonden. Als wij zouden stoppen in Otterlo, dan blijft er niet veel over. Op wedstrijden die ergens op een industrieterrein georganiseerd worden, komt geen publiek af. Bij sommige wedstrijden kun je niet eens een broodje kopen. Dan heb je geen sfeer. En je moet blijven vernieuwen, dat doen wij ook.”

Een onderdeel van die vernieuwing is de samenwerking met de Edese IJsvereniging, die dit jaar voor het eerst plaatsvindt en waar de organisatie heel blij mee is. De voorzitter van die vereniging, Jan Vellinga, is inmiddels ook aangeschoven. Hij vertelt wat de samenwerking ongeveer in zal houden: “De organisatie van de skeelerronde staat natuurlijk als een huis, daar bemoeien wij ons niet mee. Wij gaan het voorprogramma organiseren, van één tot drie uur ’s middags.. Het is nog niet helemaal rond, maar we willen de lagere scholen de kans geven om te skeeleren. Misschien willen we ook nog de racefiets pakken voor een rondje om de kerk. En we willen nog iets voor onze eigen leden gaan doen, misschien een toertocht of een clubwedstrijd. Ons grootste talent, Marit van Beijnum, gaat meedoen in de strijd om de gouden Luctra.”

“Je moet meer te bieden hebben dan alleen skeeleren.”

“Eigenlijk gaat het organiseren van de ronde van Otterlo heel soepel,” vertelt Hummelen. “We hebben nooit echt problemen. We hebben een vaste groep vrijwilligers, dat is echt fantastisch.” “Het organisatiecomité bestaat nu al zeven jaar uit dezelfde mensen, dus we zijn echt een goed geoliede machine,” vult Mulder aan. “We hebben ook nooit woordenwisselingen, iedereen weet wat hij moet doen en voert zijn taken uit.” Toch valt er nog wel iets aan te merken: “Het NK 100 meter sprint organiseren doen we niet meer,” zegt Hummelen resoluut. “De eerste keer was het een mooi evenement, met veel topsprinters, maar het was de laatste keer een beetje een flop, vond ik. Er stonden veel te weinig mensen aan de start.”

Hummelen heeft nog wel wat adviezen om het skeeleren ook in andere plaatsen weer populairder te maken: “Schaf de industrieterreinen af. Zorg dat er een Nederlandse topper rijdt waar mensen op af komen. Zorg dat er catering is en dat je meer te bieden hebt dan skeeleren alleen. Ik zie de toekomst van het skeeleren somber in. Wij willen wel door, daarom betrekken we de jeugd erbij en zijn we gaan samenwerken met de Edese IJsvereniging.”

Jeugd

Wat iedereen binnen het organisatiecomité in ieder geval inziet, is dat je de jeugd erbij moet betrekken. Mulder heeft er een duidelijke mening over: “De KNSB heeft met het oog op het WK Inline pakketten samengesteld, waar scholen gebruik van kunnen maken. Dat is natuurlijk goed, maar eigenlijk is het te laat. Als je twee jaar van tevoren al begint met skeeleren onder de aandacht brengen op scholen, had je daar dit jaar maximaal gebruik van kunnen maken. De kinderen moeten nu al enthousiast zijn, niet nu pas enthousiast worden.”

Bij de Edese IJsvereniging zijn ze goed op weg, wat betreft het werven van leden. “Wij geven in de winter schaatsclinics op de ijsbaan in het dorp,” legt Vellinga uit. “Die ligt er dan een week of acht en dan geven we vier dagen in de week de hele dag door schaatsclinics aan scholen. Afgelopen jaar zijn er 4000 kinderen langs geweest. Dit jaar gaan we ook skeelerclinics geven, bij ons op de baan of gewoon op het schoolplein. Op woensdagmiddag hebben we altijd skeelerinstuif. Dan mogen kinderen bij ons op de baan komen skeeleren. Het is heel laagdrempelig. Voor een paar tientjes kun je de hele zomer elke woensdagmiddag komen skeeleren. Dat zou eigenlijk bij meer skeelerbanen in het land zo moeten zijn, want wij houden er ieder jaar nieuwe leden aan over.”