Arnold Gaasenbeek: ‘Door je enkel gaan terwijl de Elfstedentocht eraan komt’

Broers Arnold en Robert Gaasenbeek willen ook pieken in hun tweede sportleven

Foto Schaatspeloton.nl

Het is door de lenteachtige weersomstandigheden in december 2019 nauwelijks voor te stellen: Een buitentemperatuur in de dubbele cijfers onder het vriespunt. Ruim drieëntwintig jaar geleden was het omstreeks deze maand berekoud. Halverwege december 1996 raakte Nederland in de ban van strenge vorst en schaatsen op natuurijs. Het bleek de opmaat voor een lange natuurijsperiode waarin vrijwel alle grote natuurijsklassiekers inclusief de Elfstedentocht verreden kon worden

Marathonschaatser Arnold Gaasenbeek (47) uit Maarsen kan het zich als de dag van gisteren herinneren.  “In december 1996 verstapte ik me op mijn werk. Daardoor raakte mijn enkel zwaar gekneusd. De datum weet ik zelfs nog 17 december 1996. Ik werkte destijds als dierverzorger aan de Universiteit van Utrecht en ik zie mezelf nog zitten met die enkel in een grote teil met water om te koelen.”

Arnold en Robert Gaasenbeek

Een slechter moment had Arnold niet kunnen treffen. Terwijl zijn broer (marathonschaatser) Robert Gaasenbeek (50)  met zijn Utrechtse schaatsmaten al hun eerste trainingskilometers maakten op de Molenpolder, in de omgeving van het Utrechtse Westbroek zit Arnold dagelijks bij de fysiotherapeut. De natuurijskoorts liep ondertussen snel op en het NK-natuurijs was al aangekondigd op 30 december 1996 in Ankeveen en het gonsde overal van geruchten over de naderende Elfstedentocht. Arnold is eind 1996 25 jaar oud en geldt als een kanshebber op natuurijs. In februari 1996 heeft hij in Maasland zijn eerste grote klassieker gewonnen en werd hij derde in de Alternatieve Elfstedentocht in Finland. Robert komt in het seizoen 1996-1997 uit bij de B-rijders. Het talent voor schaatsen hebben ze van hun vader Jan Gaasenbeek. Een veehandelaar uit Westbroek. Al in hun jonge jeugd neemt vader Jan zijn jongens mee naar de Vechtsebanen in Utrecht. We waren bezeten van schaatsen vertelt Robert. “Schaatsen was alles. Voor het langebaanschaatsen kwam ik wat te kort, daardoor maakte ik al voeg de overstap naar het marathonschaatsen. Op mijn 17e jaar werd ik al B-rijder. Helaas lukte het niet om alles uit mijn mogelijkheden te halen. In vergelijking met deze tijd was er toen veel minder bekend over belastbaarheid. Mijn schaatscarrière was daardoor vaak een aaneenschakeling van periodes van overtraindheid met af en toe een opleving.” Arnold kan wel de stap maken naar de A-rijders. Prestaties als schaatser kwam het mij niet aanwaaien, ik heb er hard voor moeten werken om een complete rijder te worden, zegt Arnold over zijn schaatsontwikkeling.

Razendsnel herstel

Het herstel van de enkel van Arnold verloopt in de december 1996 sneller dan verwacht, weet Arnold nog precies. “Na een aantal dagen thuis zitten kon ik het niet laten om te schaatsen op natuurijs, maar na een paar minuten was het al klaar! De pijn was te hevig om door te gaan. Hoe dan ook, op het NK in Ankeveen moest en zou ik van start en tot mijn vreugde kon ik toch een uurtje volhouden.

De volgende dag op 1 januari reed ik een baanmarathon uit in Heerenveen en de dag daaropvolgend wilde ik mijn titel in de klassieker van Maasland verdedigen. Tijdens die koers hoorden we dat de Elfstedentocht door zou gaan. Ondanks mijn blessure werd ik vierde in die wedstrijd, dat was een mooie opsteker.” Robert zat eind december 1996 in een flow. “ Ik  eindigde in de Holland-Venetië tocht als eerste B-rijder en ook bij het NK-natuurijs in Ankeveen, dat een paar dagen later georganiseerd werd, reed ik een goede wedstrijd. Als aanvoerder van het natuurijsklassement bij de B-rijders was ik startgerechtigd als wedstrijdrijder in de Elfstedentocht. 

Elfstedentocht 1997

De Elfstedentocht van 1997 is voor beide broers een unieke ervaring. Als Arnold begint te vertellen over de tocht der tochten gaan zijn ogen glimmen:

Na een goede loopstart arriveerde ik als een van de eersten bij de Zwette. Voor mijn gevoel heb ik daar minuten verloren omdat ik mijn opgezette enkel in mijn schaatsschoen moest wurmen.

Op de Zwette op weg naar Sneek heb ik later een tijd achter Piet Kleine gereden, maar door een val moest ik lossen. Daarna ben ik nog twee keer gevallen, het leek wel of ik iedere scheur reed. Op het Slotermeer verloor ik de aansluiting met de kopgroep en kwam ik in de derde groep in de wedstrijd te rijden. In deze groep zaten ook Yoeri Lissenberg en Bart Veldkamp. Later bleek dat ze positie funest was om nog bij de kopgroep te komen. Daarvoor was de wind te hard.

Na Dokkum sloot nog een groepje bij ons aan en daardoor heb ik helaas later wat plekken verloren in de eindrangschikking. Met mijn 26e plaats was ik niet tevreden, er had meer ingezeten als ik in de beginfase van de wedstrijd niet de aansluiting had verloren. Dat is geen frustratie, ik zie de Elfstedentocht als een van de vele mooie sportervaringen die ik heb beleefd.” Robert is blij dat hij de Elfstedentocht als wedstrijdrijder heeft volbracht, maar baalt nog altijd van zijn klassering (71e) “Na een matige start  bevond ik mij in de eerste doorkomst in Sneek halverwege het peloton. Nadat het licht was geworden ontdekte ik in mijn groep Gerard Kemper en Marcel Nat. Als niet gesponsord rijder met veel vrienden en kennissen die ook deelnamen aan de Elfstedentocht had ik geen ploeg met verzorgers langs de route staan. Onderweg verloor ik door valpartijen en bij het hardlopen alle voeding uit mijn zakken. Van andere rijders kreeg ik soms wat te drinken of pakte van andere verzorgers een tasje aan. Zo ben ik erdoor gekomen. Ook merkte ik dat ik veel te veel kleding aan had. Hoewel het onderweg afzien was en de passages van de steden en dorpjes enorm stimulerend was om mee te maken, reed ik voor mijn gevoel een soort toertocht die als in een roes voorbij gevlogen.”

In kritieke toestand

Na de Elfstedentocht van 1997 maken de gebroeders Gaasenbeek nog een aantal jaren deel uit van het landelijke marathonpeloton. Bij de Alternatieve Elfstedentocht in 2000 haalt Arnold Gaasenbeek zelfs het landelijke nieuws. De wedstrijd wordt onder extreem koude omstandigheden gehouden. Na afloop van de wedstrijd merkt Arnold dat zijn tenen zijn bevroren. Het is zelfs zo kritiek dat er gepraat wordt over amputatie, maar zover komt het gelukkig niet. Nadat Arnold gestopt is met marathonschaatsen richt hij zich op het trainerschap. Hij is een aantal jaren trainer van de Utrechtse marathonselectie.

NK Marathonschaatsen in Enschede

Na het bereiken van de leeftijd om bij de masters van de start te gaan begint het bij beide broers weer te kriebelen. Ze pakken beide het marathonschaatsen  met succes weer op. In 2014 wordt Robert Nederlands Kampioen marathonschaatsen op kunstijs bij de masters en grossiert Arnold in podium plaatsen op het NK marathonschaatsen. Hun prestaties vallen op. Schaatsteam Mastermind heeft de broers Gaasenbeek graag binnen hun gelederen. Voor Arnold en Robert breken spannende dagen aan. De laatste voorbereidingen worden getroffen voor de belangrijkste wedstrijd van dit seizoen: Het NK marathonschaatsen in Enschede op 1 januari.

Meer van dit soort verhalen leest u in: It giet oan, Elfstedentocht 1997: Het verhaal van 127 wedstrijdrijders

Achtergrond
Menu