Column Frank Fiers:

Het EK zorgde er dit jaar voor dat Hallum voor één keer niet de belangrijkste skeeler afspraak van het jaar was in Nederland. Maar nu het, trouwens fantastisch georganiseerd, EK achter de rug is kan alles weer zijn normale gang gaan. En dus worden alle rijders weer nerveus bij het denken aan zaterdag 20 augustus.

Hallum was voor mij liefde op het eerste zicht. Ik was al 27 toen ik er voor het eerst aan de start stond. Na jarenlang enkel gefocust te hebben op EK en WK maakte ik er voor het eerst kennis met het échte marathon skeeleren. Ik werd die dag (15 augustus 1998) 2de achter Jan Eise Kromkamp. Ik had ongeveer 50 km lang in zijn wiel afgezien als een beest. Alsof ik achter een bromfiets reed. Ik werd door hem gelost op de laatste klinkerstrook bij het binnenrijden van Hallum. Die dag beloofde ik mezelf terug te komen om te winnen.

De liefde die ik als sporter voor de Bartlehiemtocht ervaar kan je een beetje vergelijken met een coup de foudre voor een beeldmooie, bijna onbereikbare vrouw. Je zou de gekste dingen doen om haar voor je te winnen. Je bent zwaar teleurgesteld, soms boos als het niet lukt. Maar je blijft hopen, knokken en verlangen. Je hoeft ze maar één keer per jaar te zien om een gans jaar lang van haar te dromen. Elke dag denk je er wel een keer aan. En net als je denkt je gevoelens onder controle te hebben zie je haar weer en staat je hart weer een jaar lang in vuur en vlam. Vol verlangen. Verlangen om die ene dag toch eens als eerste over die witte streep te bollen in dat Friese dorpje.

Hoe komt dat toch? Is het de heroïek van de Elfstedentocht? Is het de bijna idyllische start/finish plek naast het water? Komt het door het parcours? De magische afstand van 100km? De steeds aanwezige wind? De open Nederlandse titel? Het is waarschijnlijk een combinatie van dit alles. Maar het staat als een paal boven water dat Hallum als geen andere wedstrijd tot de verbeelding spreekt bij de meeste rijders.

Hallum is en blijft ook de wedstrijd van Erik Hulzebosch. Liefst 8 keer won hij hem. ACHT keer! Niet te geloven. Henk Schra omschreef Erik ooit als een grasmaaier. Als geen ander kon Erik namelijk iedereen op de kant zetten doordat hij zo dicht bij de graskant reed. Één been op het asfalt en het andere bij elke afzet in het gras opdat de achterliggers vol in de wind zouden zitten. Zo reed hij in zijn topjaren het ganse peloton gewoon uit het wiel.

Ik hoop dat Erik het mij kan vergeven dat ik voor één keertje zeg dat Hallum ‘mijn wedstrijd’ is. Ook al won ik hem maar één keertje en hij dus 7 keer meer. Dit omdat ik er zo graag kom. Omdat ik er een jaar lang naar uitkijk. En als de wedstrijd net achter de rug is dan denk ik tijdens het douchen al aan de volgende editie. Dat zal nu dus anders zijn. Want het is de laatste maal dat ik de wedstrijd rijd. Als ik realistisch ben dan is het niet om te winnen. Maar om te ‘genieten’. Al is het een speciale manier van ‘genieten’ als je 100km moet skeeleren. Noodgedwongen weliswaar. Door de tol van de leeftijd. De laatste 2 edities heb ik namelijk met veel tegenzin moeten toegeven dat, wanneer de grote mannen van de huidige generatie in de finale hun duivels ontbinden, ik gewoon moet passen. Deze feiten liegen niet. Topsport is op dat gebied heel eenvoudig en onverbiddelijk.

Maar van alle mooie aspecten wat de skeelersport te bieden heeft zal ik dè Bartlehiemtocht dus het meest van al missen. Van de voorbereiding, het ‘er naartoe leven’, tot en met de wedstrijd. En zeker ook de traditiegetrouwe afsluiter na de wedstrijd. Waar ik met de meegereisde supporters uit Eeklo op de camping Mounehiem bij de molen in Burdaard  gezellig een hapje eet, bijpraat en bekom van de emoties.

Hallum… net zoals voor die onbereikbare vrouw zal ook voor de Bartlehiemtocht mijn hart levenslang sneller blijven slaan. Of we elkaar nu zien of niet. De passie zal blijven.

Het wordt zaterdag een emotioneel afscheid van ‘mijn Hallum’