Piste wielen- Wat moet ik kiezen- (1)
Nederland herbergt tegenwoordig twee skeelerpistes met een Vesmaco toplaag. Maar wat zijn nu de beste wielen voor een dergelijke baan? Dat hangt van veel factoren af, maar is altijd terug te brengen naar twee basisbegrippen. Grip en rol. 

Grip en rol. Het is eigenlijk heel simpel. Hoe beter de rol, dat wil zeggen de weerstand van het skeelerwiel terwijl het rolt, hoe harder je kunt gaan. In het algemeen kan gezegd worden, hoe harder het wiel, hoe beter de rol. Hoe beter de rol, hoe minder energie je verspilt. Maar hoe zit dat met de grip? Wat ook geldt in het algemeen is, hoe harder het wiel, hoe minder grip. En daar zit altijd de moeilijke strijd in het kiezen voor het juiste wiel. Want je wil zoveel mogelijk rol, maar ook zoveel mogelijk grip. Maar hoe bepaal je dan welk wiel voor jou het beste is?

Lengte van de wedstrijd
"Ik rijd de lange afstanden altijd op xx-Firm"

Luc ter Haar: “Ik rijd de lange afstanden altijd op xx-Firm”

Op een korte afstand, laten we zeggen de 300 meter en de 500 meter, is rol van minder belang. Je wil voornamelijk heel hard skeeleren, steekt daar heel veel energie in en dan wil je optimale grip. Veel sprinters kiezen dan vaak een zacht wiel. Een goed voorbeeld daarvan is de Firm-serie. Zowel Bont, Atom als MPC hebben deze wielen. Op de piste kun je kiezen voor Firm, x-Firm en xx-Firm. Firm is het zachtste wiel en geeft het meeste grip, ideaal voor sprinters en ideaal voor gladde banen. Voor lange afstand rijders zijn Firm wielen vaak geen goed idee, want dat rijdt simpelweg te zwaar. Ze zijn zachter en de rolweerstand is groter. Rijders op de lange afstanden kiezen dan vaak voor X-Firm of XX-Firm wielen. De wielen van Matter, een ander goed pistewiel werkt met een andere aanduiding. Bij de wielen van Matter zijn F0 wielen de harde wielen en F2 wielen de zachte wielen. Het topwiel van Matter waar alle rijders op rijden is het G13 wiel.

 

“Als je voldoende grip hebt geldt: Hoe harder hoe beter”

 

Techniek, gewicht en snelheid

Gewicht

MPC Magic. Zeer goed op de pistes van Vesmaco

MPC Magic. Zeer goed op de pistes van Vesmaco

Je techniek, gewicht en snelheid spelen zeker een rol bij jou wielkeus voor op de piste. Hoe zwaarder je bent, hoe meer druk er op je skeelers komt in de bochten en hoe sneller je begint te glijden. Ben je zwaar gebouwd, denk dan dus eerder aan een zachter wiel. Ook de flex van een wiel kan hierin van belang zijn. De Firm-wielen buigen (flexen) veel meer door dan de matter wielen. Ben je zwaar gebouwd, dan kan een flex-wiel dus dieper doorbuigen en zal het wiel zwaarder rijden.

Techniek

Vaak geldt: hoe beter de techniek hoe minder je glijdt en hoe harder het wiel kan zijn. Onder een goede techniek verstaan we vooral het moment van afzetten. Is dat met je gewicht goed op je standbeen en dicht bij je lichaam? Dan heb je vaak een effectieve slag en zal je minder snel de grip verliezen. Heb je echter weinig gewicht op je afzetbeen en zet je ver van je lichaam af (schaatsslag), dan glijd je sneller.

Snelheid

Snelheid speelt wel degelijk een rol bij de wielkeus. Ben je een beginner en kun je niet hard en wil je vooral lekker skeeleren? Dan kan een wiel met extra rol lekker zijn en dan kies je voor een harder wiel. Wil je echter heel hard en meedoen aan wedstrijden, dan is een wiel met meer grip aan te raden.

Mengen

Wat ook veel gedaan wordt door rijders is het mengen van verschillende hardheden in een skeeler. Rijders willen naast de goede roleigenschappen van het ene wiel ook profiteren van de goede gripeigenschappen van het andere wiel. Vaak worden dan de harde wielen in het midden gestoken en de zachter wielen als voorste en als achterste. Dus twee om twee. Een andere combinatie, bijvoorbeeld alleen het voorste wiel iets zachter wordt ook gedaan. De basis is echter wel om de harde wielen in het midden te doen en de zachte wielen aan de buitenkant. Dit is omdat rijders het meeste afzetten met het voorste en achterste wiel.

Wat je NOOIT mag doen is twee verschillende merken mengen. Bijvoorbeeld MPC en Matter. Deze wielen zijn compleet anders, buigen anders, rollen anders en reageren anders op de piste. Dit zorgt voor veel onstabiliteit en is zeker af te raden.

Het blijft een gevoel, maar de klok liegt niet

Met dit alles in het achterhoofd is het wellicht gemakkelijker om een wielkeus te maken, maar wat zeker ook heel belangrijk is, is het gevoel op de wielen. Bij harde wielen kun je soms het gevoel hebben dat je stuitert over de baan en zachte wielen lijken soms wel door de stroop gerold te zijn. Kies daarom vooral ook een wiel waar je je goed bij voelt. Een inkoppertje, maar daarom niet minder waar, is het klokken van je tijden. Met welke wielen kun je de snelste rondjes rijden of het snelst meerdere ronden rijden? Op basis van deze tijden kun je een gedegen besluit maken over je wielen.

Tip:

Stap je nieuw op een piste en heb je meerdere wielen tot je beschikking om te testen? Begin met je hardste wielen en ga vanuit daaruit steeds zachter om de juiste grip en rol te vinden. Want, zoals al eerder gezegd. Hoe harder je kan handelen, hoe sneller je kan gaan!