Column Martijn Kromkamp

WK skeelerenLeuk hoor, dat er nu medailles worden gewonnen op de internationale toernooien. Maar daar wordt de sport in eigen land niet mee geholpen, ook niet op de lange termijn. Die medailles zijn leuk voor de sporters zelf, de kleine clubjes supporters en bovenal voor de bobo’s die ieder jaar hun snoepreisjes kunnen meepakken. De inzet op de internationale toernooien heeft na jaren van investeren zijn vruchten afgeworpen en er wordt inmiddels terugbetaald in eremetaal. Maar wat is dat waard als je de situatie eens iets nauwkeuriger onder de loep neemt? Ik ken de cijfers niet exact, maar ik heb geen bril nodig om te zien dat het aantal licentiehouders drastisch is teruggelopen, net als het aantal wedstrijden, het aantal deelnemers, het aantal toeschouwers, de media-aandacht de sponsoren, het prijzengeld en ga zo maar door. Het beleid van de afgelopen jaren heeft hopeloos gefaald, dat mag en kan toch best hardop geconcludeerd worden.

In de jaren tachtig werd de sport in korte tijd enorm populair, onder andere doordat de grote toppers letterlijk bij de mensen over de stoep reden. Nederland speelde internationaal misschien slechts een bijrol, in eigen land vierde de sport haar hoogtijdagen. Het publiek stond tijdens de wedstrijden in de dorpskernen en stadscentra rijen dik en daardoor was het peloton als een horde losgelaten stieren die elkaars bloed wel konden drinken wat geweldige wedstrijden opleverde. Er werd man tegen man gestreden tot de laatste snik en iedere premiesprint was als een aankomst op Champs Elysees. Iedereen genoot ervan, de kranten stonden vol en er was in die jaren zelfs iedere week ruimschoots aandacht voor het skeeleren in sportprogramma’s als Studio Sport, Tros Sport, Avro Sportpanorama en RTL Sport. Waar is het dan toch misgegaan?

Het Nederlandse marathoncircuit werd in de jaren negentig over de hele wereld geroemd en er kwamen zelfs mannen uit Frankrijk en Amerika om hier de strijd aan te gaan. Of misschien nog wel meer ‘om het te beleven’. Drie of vier wedstrijden in de week (soms zelfs twee op een dag!) met een klassement over drie ronden, een leidersprijs, drie losse premiesprints, een prijs voor de strijdlustigste rijder (9 van de 10 keer was dat Andre Klompmaker, maar toch…), een eindprijs voor de daguitslag, een huldiging voor echt publiek dat zich verdrong om een fotootje te kunnen schieten, een grote bos bloemen voor moeder de vrouw, een grote bokaal en op de koop toe nog een paar zoenen van een oogstrelende rondemis. Daarmee sleepte je in de drukke maanden, als je een beetje meedeed al gauw een half of heel maandsalaris mee naar huis. En dat was dan wat er overbleef na het geven van diverse rondjes aan de collega-rijders die na de wedstrijd waren blijven hangen.

Wij Nederlanders zijn altijd maar bezig met wat er in andere landen gebeurt, terwijl we af en toe best eens mogen koesteren wat we zelf hebben. Het skeeleren sterft in navolging van andere Europese landen een langzame, tragische dood als er niet wordt ingegrepen. Want Nederland is niet het enige land waar de sport wegkwijnt. In landen als Frankrijk, Italië en Zwitserland waar het skeeleren toch behoorlijk serieuze sporten waren ligt ook alles op zijn gat. In Azië waar het skeeleren een jaar of 6 geleden aan een enorme opmars begon is ook weinig eer meer te behalen. In Amerika stappen alle toppers van de skeelers over naar het schaatsen. Dan blijft eigenlijk alleen Zuid-Amerika nog over waar de sport enig aanzien geniet.

Echter de marathons, zoals wij die kennen uit de hoogtijdagen van het skeeleren zijn uniek voor Nederland en andere landen waren jaloers op onze competities. Welk land heeft er nou twee marathoncompetities naast elkaar? De Wehkamp Trophy en de Tijl Cup of de Univé World on Wheels en de Holland Inline Cup. En wat te denken van de Liptonice Inline Challenge of wedstrijden tijdens de hardloop-edities van de Dam tot Damloop, de marathon van Amsterdam of op de Coolsingel in Rotterdam? Er is niets van over. Het verplaatsen van de marathons naar afgelegen industrieterreinen en het verleggen van de focus naar de baanwedstrijden is mijns inziens het losgedraaide ventiel van de skeelersport. Ik kan mij niet voorstellen dat Gary Hekman er vroeger als klein mannetje van droomde om met 18 man een afgelegen industrieterrein (soms nog in aanbouw) opgestuurd te worden om een uur later puur voor de show en de foto nog een spagaatje te doen.

Vandaag las ik het trieste bericht dat er voor de komende zomer zeven! competitiewedstrijden gepland staan en dat er geen sponsor voor de competitie is. Dit bericht is de aanleiding dat ik na lang met deze gedachten te hebben rondgelopen toch maar eens mijn toetsenbord ter hand heb genomen. Er wordt vandaag ook vol trots gemeld dat Beilen als wedstrijd van de kalender verdwijnt, maar dat er wel een leuk wedstrijdje voor terugkomt. Een marathon vervangen door een try-out met een wedstrijd in heats? Dat lijkt me een slechte deal! Nieuwe initiatieven zijn altijd goed en juich ik toe, maar ze moeten niet ten koste gaan van de basis. Ik zie ook met lede ogen aan hoe bijvoorbeeld Arjan Smit als topsportcoördinator lijdzaam moet toezien hoe zijn geliefde sport ten prooi is gevallen aan een log orgaan waar je als eenling niet kunt opboksen tegen de bestuurders die vooral liefde hebben voor vergaderen en declareren, maar niet voor de sport. Ik begrijp dat een bond afhankelijk is van subsidies en dat internationale prestaties zorgen dat er geld van het NOC/NSF richting de sport komt. Maar op de lange termijn heb je daar alleen iets aan als de sport kans op overleven heeft. En die kans lijkt met de dag kleiner te worden.

Tot zover heeft de fusie met de KNSB wel verrekte weinig opgeleverd voor de sport, is het niet? Met de huidige neerwaartse spiraal bedenkt het IOC zich wel een paar keer voordat ze het skeeleren een Olympische status geven. Dus zo gaat de Olympische droom voor het skeeleren van ooit naar nooit.

Hoe krijgen we de sport weer terug in het zadel en terug bij de mensen? Wat kunnen we eraan doen? Wie helpt? Met wandelende uithangborden als Crispijn Ariëns en Ronald en Michel Mulder zou je toch zeggen dat er wel het een en ander losgemaakt moet kunnen worden.

Note: Martijn Kromkamp is vanaf heden een vaste columnist van ProSkating en schrijft maandelijks een column.