Column Geert Kuiper:

Vanochtend werd ik wakker met een zeurende koppijn. Klam zweet stroomde uit mijn poriën. Niet fijn. Ik sloeg het dekbed van mij af, maar het was helemaal niet warm in de slaapkamer. Ineens viel het kwartje, ik had een nare droom gehad.

Plotseling kwamen flarden van die droom weer boven. Zoals altijd in dromen die ik me nog vaag kan herinneren waren er rare combinaties van indrukken van de vorige dag of dagen. Er stonden bijvoorbeeld anderhalf miljoen gnoes in mijn tuin te grazen. Een combi van het kijken naar een natuurfilm over de Serengeti vlakte en het schoffelen en onkruidwieden in mijn tuin. Een roeiboot (een acht met stuurman) die zichzelf heeft aangeleerd om vooruit te roeien ipv achteruit en daarmee iedereen verslaat, maar gek genoeg roeien ze bij ons door de straten die in verband met het dorpsfeest zijn omgetoverd tot het stratencircuit van Monaco inclusief pit en finishstraat. Maar het meest schokkende deel van de droom was de totale ontploffing van Thialf. Daarbij moet je denken aan een betongruiswolk zoals toen de Twin Towers van New York neergingen in 2001. Mijn hart staat volledig stil en mijn mond volledig open. Het gebouw staat er en een paar tellen later is er niets meer van over. Ik wil het tegenhouden en ren alsof ik de losse stukjes weer aan elkaar kan plakken. Maar dit is geen aanslag dit is gepland. Rechts op het parkeerterrein Zuid staat een man met een soort van kastje en hij heeft net een hendel naar beneden gedrukt; dynamiet. ‘Ver genoeg, je mag daar niet komen’ roept de man die verdacht veel op Michael Schumacher lijkt. De grote grijze wolk daalt echter al over me neer en…….

Later als ik een tijdje wakker ben ga ik weer verder met dit verhaal waarmee ik gister ben begonnen…

 

Er wordt weer geschaatst op Thialf. Zomerijs noemen ze dat. Dat is voor de mensen in ‘het wereldje’ allang geen nieuws meer. Het doorsnee publiek reageert niet meer met grote verbazing. Zelf heeft het nog weinig behoefte om te gaan schaatsen, maar men begrijpt dat de topschaatsers ‘s zomers trainen en daarbij behoefte hebben aan ‘het echte werk’.

 

De vertrouwde deuren van Thialf doemen op als ik vanaf het parkeerterrein aan de zuidkant naar de ingang loop. Met slechts weinig verbeeldingskracht zie ik mezelf als een jongetje van tien jaar met zijn allereerste noren naar hetzelfde gebouw lopen. Ruim veertig jaar later heb ik diezelfde weg talloze keren afgelegd. Heel wat keren ging de baan in de steigers. In 1987 was de meest ingrijpende verbouwing, de 400m baan werd overdekt en schaatsen zou nooit meer hetzelfde zijn. Niks ten nadele trouwens, want vele keren natregenen is wel nostalgisch maar niet echt leuk. Hetzelfde geldt voor rondjes rijden met windkracht zes of schuilen voor hagelstenen van een centimeter of vijf.

 

Er liggen vele mooie herinneringen onder het stof van de verbouwing, dat zeker. Zowel op als naast de baan. Thialf daar op die plek is gewoon een vaste waarde. Het is daarom nogal moeilijk om te zeggen, gooi het maar plat en bouw een nieuw stadion. Er moet echter wel iets gebeuren met Thialf, zoveel is duidelijk. Vooral het dak van de 400m baan is lek en poreus. Daardoor vliegt alle dure gestookte warmte eruit en heeft het ook geen isolerende werking voor de weersomstandigheden van buiten. Maar het dak is niet het enige op te lossen probleem. De meeste installaties zijn oud en dienen vervangen te worden. Vernieuwbouw is een optie die naast nieuwbouw wordt genoemd, maar persoonlijk zie ik dat helemaal niet zitten. Dat kost altijd meer dan je vooraf inschat. Bovendien blijven er dan op zeker dingen zitten die dan over tien jaar weer vervangen moeten worden en moet je alles aanpassen aan de oude contouren. Ik ben dan ook voor een volledig nieuw Thialf, wat voldoet aan alle moderne eisen. Waarmee Friesland de bakermat van het topschaatsen blijft en Sportstad Heerenveen zijn absolute blikvanger heeft. Maar er is ook een nationaal belang nu, met name in (voormalig)Rusland, banen van allure worden gebouwd. Een blik op de nieuwe World cup kalender leert ons dat het World cup seizoen dit jaar begint op de nieuwe banen van Tsjelabinsk en Astana. Minsk, Moskou en Kolomna hebben recent gebouwde banen waar niet op een paar centen is gekeken. Nederland kan niet achterblijven in de sport waarin we dominant zijn.

 

Nu ik deze opgeschreven regels een dag later lees, dan voel ik dat afscheid nemen van het oude Thialf zo makkelijk nog niet is. Het zit toch onderhuids diep geworteld als een dierbare waarvan je eigenlijk geen afscheid wil nemen, ook al is dat beter. Laten we er toch nog maar eens een paar nachtjes over slapen.

 

Geert Kuiper