In ‘t Harde reed Manon Kamminga naar haar tweede marathonzege van het seizoen. Een mooie opsteker, zo vlak voor het EK, waar ze vooral als knecht in actie zal komen. Dit omdat Kamminga nog steeds erg zuinig moet zijn op haar lichaam, na een periode van zware overtraindheid. Toch heeft ze erg veel zin in het EK: “Het is mooi om iets terug te kunnen doen.”

Dat moet een lekker gevoel zijn, een wedstrijd winnen vlak voor het EK. “Nou, zo lekker voelde het niet, hoor, op dat natte wegdek,” lacht Manon. “Al is winnen natuurlijk altijd mooi. Dit is dan de tweede keer dit seizoen, maar daarvoor was het al een tijd geleden. Halverwege de koers werd het nat. Vanaf toen was het gewoon zorgen dat je voorin bleef en eigenlijk een beetje op safe rijden en proberen uit het gedrang te blijven. In de regen is het het beste om van kop af aan te gaan en is het zo moeilijk om nog iemand in te halen of te versnellen. Berber zei ook al tegen me ‘niet te veel risico nemen’, dus toen zijn we gewoon zo naar de finish gereden.”

Tijdens het EK in Lagos zal Kamminga vooral in dienst rijden van de andere dames. Ze geeft eerlijk toe dat het even wennen is, een knechtenrol. “Ik ben altijd kopvrouw geweest.┬áIk heb nog nooit in dienst gereden van iemand en ik heb eigenlijk wel heel veel zin om dat te doen. Ik klaag niet, maar ik ben niet top. Ik denk dat ik inmiddels wel weer iets beter ben geworden en dat ik wel iets voor de dames kan betekenen. Dat is een lekker gevoel, om een keer iets terug te kunnen doen. Ik heb ook het gevoel dat er een goed team staat. Elma de Vries is sterk, die rijdt op de piste dit jaar ook weer onwijs goed. Bianca Roosenboom is beter dan vorig jaar, Berber Vonk is goed. Het is voor mij nieuw, maar ik heb er wel onwijs veel zin in.”

Bij de woorden ‘sterk team’, gaan eenieders gedachten onmiddellijk uit naar de relay. “De relay zijn wij wel goed in, denk ik. Maar de Belgen, de Duitsers, Italianen en de Fransen hebben ook een heel sterk team. En de relay is gewoon moeilijk. Er kan zoveel gebeuren. Je moet heel gefocust zijn, het kan de goede kant op vallen, maar een foutje is ook zo gemaakt. Ik denk dat we op de andere afstanden ook goed mee kunnen koersen en dat we als team een sterk geheel hebben. We zijn individueel misschien niet de snelste of de sterkste, maar wel staan er wel als een team. Als het goed is, staan we iedere keer met drie sterke dames aan de start, die ook echt iets voor elkaar kunnen beteken. Dat is ook het mooie aan skeeleren, dat teamspelletje.”

Kamminga geeft ook nog even haar complimenten aan de junioren B meisjes, die de afgelopen twee jaar op het EK het rijden als team bijna tot kunst verheven hebben. “Dat die dames dat als junioren B al kunnen, dat is echt onwijs knap. Als topsporter wil je toch het liefst zelf winnen. Voor mij is het nu misschien makkelijker om in dienst van anderen te rijden, omdat ik weet dat ik niet top ben en ook omdat ik mijn titels heb. Ik kan me daar nu heel makkelijk overheen zetten en ik vind het ook heel leuk om te gaan doen. Maar ik vind het echt heel knap dat die dames junioren B zulke dingen ook al oppakken. Ze worden tenslotte allemaal samen ouder, ze horen bij dezelfde generatie, dus ze hebben daar nog jaren wat aan. Om podium te kunnen rijden op een EK of een WK, heb je elkaar gewoon nodig, dus het is heel mooi dat dit bij de junioren nu al zo gaat.”