Nederland begon nog nooit zo sterk aan het World Cup seizoen als afgelopen weekend in Tsjeljabinsk. In de Rusland werden op de individuele nummers vier gouden, vier zilveren en vijf bronzen medailles veroverd.
 
De laatste jaren leek Nederland terrein te verliezen op de internationale schaatswereld. De Verenigde Staten, Zuid-Korea, Canada en China wonnen steeds meer terrein en Nederland werd steeds minder dominant. Vorig jaar en ook in 2009 won Nederland slechts één afstand tijdens de eerste World Cup van het seizoen. Nu in 2011 lijkt echter alles weer bij het oude en is Nederland met voorsprong het beste schaatsland ter wereld.
 
Is Nederland nou zo goed, of zijn de buitenlanders zo slecht? Is Nederland ineens beter geworden of zijn de buitenlanders minder dan vorige seizoenen? Het antwoord ligt waarschijnlijk ergens in het midden. Stefan Groothuis steekt in de vorm van zijn leven en zal ook tijdens de komende World Cup wedstrijden lastig te verslaan zijn. Ook Ireen Wüst rijdt sterk, al is het nog wat grillig, Op de stayerafstanden bij de heren is Nederland weer erg dominant. Met Jorrit Bergsma, Sven Kramer en Bob de Jong heeft Nederland een fantastisch trio in huis. Hoewel Nederland op de spintnummers moeite heeft om stabiele uitslagen te rijden is er meer dan voldoende potentie om wedstrijden te winnen.
 
Nederland lijkt dus beter dan de laatste jaren, maar de internationale toppers die de laatste twee seizoen excelleerden lijken nog niet in vorm. Jenny Wolf, Beixing Wang, Sang-Hwa Lee en Kyu-Hyuk Lee lijken nog allerminst scherp op de sprintnummers.  Ook rijders als Davis, Bokko, Beckert en Skobrev lijken nog niet in topvorm. Veel schaatsers zullen proberen te pieken naar belangrijke wedstrijden later in het seizoen.
 
Tijdens de komende wedstrijden, en zeker later in het seizoen, zal blijken hoe de verhoudingen in de internationale schaatswereld echt liggen. Voorlopig lijkt Nederland er echter zeer goed voor te staan.