Jordy van Workum won op de eerste dag van de Europa Cup in Heerde op indrukwekkende wijze de puntenkoers. De junior B ging er in zijn eentje vandoor, won met overmacht zijn race en had tijdens de rit al tijd om daar intens van te genieten.

Van Workum is het hele seizoen al in vorm “Mijn race was bijna een kopie van vorig jaar in Heerde,” lacht Jordy. “Misschien reed ik toen iets later weg, nu was het wel erg spectaculair. Het was supermooi, ik dubbelde bijna het peloton. Het is supervet om zo te winnen in eigen land. Ik train alleen, dus het is voor mij een normaal gevoel om alleen te rijden. Dat is een voordeel tegenover anderen die dat niet gewend zijn. Het gaat het hele seizoen al lekker. In Lagos ging het goed, in Geisingen iets minder, maar in Gross-Gerau ging het super. Ik won daar het lange afstandsklassement en werd tweede in het sprintklassement. En vandaag weer zo winnen. Dat doet me goed.”

Jordy heeft een heel duidelijk doel: “Ik wil graag het EK Inline rijden en Nederlands kampioen worden. Maar mijn grootste doel is Europees kampioen worden, dat wil ik echt supergraag, Europees kampioen op een individuele afstand. Puntenkoers is mijn ding, ik ben ook wel goed op de afvalkoers, maar puntenkoers ligt me beter. Dat constant doorrijden, dat kan ik echt heel goed. Als je alleen traint, kun je ook beter alleen rijden in de wedstrijden. En als je dit dan hier doet, dat is zo’n lekker gevoel, daar kan ik echt van genieten.”

Jordy staat bekend om zijn kwaliteiten op de lange afstanden, maar dit seizoen laat hij zich ook op de sprint duidelijk gelden. “Met schaatsen ben ik meer gaan sprinten en ben ik beter op de start gaan trainen. In Lagos ging het al goed op de sprint, dus toen dacht ik ‘dat gaat misschien nog wat worden dit seizoen’. Dat bleek wel, want ik stond in Gross-Gerau in de finale van de 500 meter en vandaag heb ik mijn tijd op de 300 meter weer verbeterd in Heerde, dus misschien gaat het wat beloven voor de rest van de wedstrijden. In ieder geval is mijn doel om ook in Heerde weer in de finale van de 500 meter te staan.”

Afvalkoers