Ingmar Berga moest lang in de achtervolging voor hij de kopgroep van twee bereikte, maar zag zijn inspanningen uiteindelijk toch beloond met een overwinning. De rijder van Okay Fashion&Jeans schreef in Steenwijk de tweede, en loodzware, wedstrijd om de Marathon Cup op zijn naam.

“Een echte zomersport, hè?” grijnst Ingmar Berga na afloop van de klim van Steenwijk, terwijl hij bibberend tussen zijn ploeggenoten staat. Hij vat het wedstrijdverloop nog even samen: “Marcel van Ham en Bob de Vries reden meteen weg en kregen gelijk een flinke voorsprong. Toen viel het eigenlijk heel lang stil in het peloton, er werd eigenlijk heel weinig gedaan. Crispijn Ariëns probeerde al een keer om weg te rijden, maar daar werd direct op gereageerd. Op een gegeven moment probeerde ik om los te komen en kwam ik weg met Luc ter Haar. Het gat tussen ons en de twee koplopers was toen al wel vijftig seconden, denk ik, en Luc had het niet al te breed, dus ik moest veel alleen doen. Het was een hele zware wedstrijd. Er stond veel wind en we waren vroeg alleen weg. Ik denk dat ik op een gegeven moment vijf, zes ronden achter de kopgroep aan op kop heb gereden in mijn eentje, dan valt het wel tegen. Toen we er uiteindelijk bij kwamen, was de samenwerking lange tijd goed. Mijn ploeggenoot Marcel van Ham reed goed voor mij op kop en toen ging ik op het perfecte moment de sprint aan en kon ik het mooi afmaken.”

De skeelerwedstrijden passen goed in het trainingsschema van Okay Fashion&Jeans. ” We hebben dit jaar met de ploeg wat andere schema’s. Er zit wat meer skeeleren in en je ziet gewoon dat de hele ploeg er goed voorstaat,” vertelt Berga desgevraagd. Dat klopt zeker, want de eerste skeelermarathon van het seizoen werd gewonnen door ploeggenoot Crispijn Ariëns. Berga werd toen zelf tweede. In Steenwijk reed Marcel van Ham, na de hele wedstrijd op kop gereden te hebben, naar plaats vier.

“In Nederland willen we gewoon alle marathonwedstrijden die er zijn rijden en ik denk dat we dat na de organisaties toe ook verplicht zijn,” geeft Ingmar aan. “Bij sommige skeelerwedstrijden staan gewoon te weinig mensen aan de start en er zijn al zo weinig wedstrijden. Ik denk dat de Nederlandse rijders zelf ook de sport meer moeten promoten en bij de wedstrijden aanwezig moeten zijn. Dan kan de competitie ook weer beter worden. Wij als ploeg vinden het in ieder geval geweldig en we gaan zeker zo door.”