Column Reeks man op de baan Geert Kuiper:

In de jaren tachtig, dat ik mijn internationale schaatsloopbaan had, was de wereld verdeeld in oost en west. De tweede wereldoorlog had een tweedeling van Europa veroorzaakt. Het door de Russen bevrijdde deel kwam onder invloed te staan van het communistisch bolwerk van de Sovjet-Unie. Dat noemde men het Oostblok.

Duitsland werd opgedeeld in Oost- en West Duitsland. Berlijn in Oost- en West Berlijn. West Berlijn was een volledig door de communisten omringt stukje van het ‘vrije’ westen.  De Berlijnse muur bepaalde de grens tussen westerse vrijheid en communistische dictatuur. Als we voor wedstrijden met de auto naar Berlijn gingen, dan was dat een spannend avontuur. Oost Duitsland in via een strenge grenscontrole, het gevoel dat je overal in de gaten werd gehouden. De snelweg zonder uitzicht aan beide kanten, op alle afslagen een waakpolitie, die alleen plaatselijk Trabantjes doorgang verleende.  De Trabant was een onooglijk autootje met een vieze stinkmotor, wat in de communistisch heilstaal Oost Duitsland de enige verkrijgbare auto was. Iedereen gelijk, een mooi communistisch principe.

Dan West Berlijn in via een mogelijk nog strengere controle.  Ik ging ook een paar keer met het vliegtuig. Op weg naar de landing, in het donker, keek ik vanuit de lucht neer op de stad en kon precies de contouren van Oost Berlijn zien. Daar brandde nauwelijks licht terwijl de westerse kant volop in licht baadde. De andere Oostbloklanden waren met veel prikkeldraad en strenge grensposten afgescheiden van de Westerse landen. Achter het ijzeren gordijn werd dat genoemd.

Door mijn belangstelling voor geschiedenis was ik enorm nieuwsgierig hoe de mensen achter dat gordijn nu zouden leven. Was ik Westers geïndoctrineerd en een overtuigd kapitalist en hadden ze het daar achter het gordijn maar slecht? Ik was jaloers op hun sportfaciliteiten en de daarmee samenhangende prestaties. Verder waren er geluiden van overlopende sporters en onopvallende bewakers die dat moesten voorkomen. Met name Sovjet unie (USSR) en Oost Duitsland (DDR) waren schaatsbolwerken. Rond de Olympisch spelen van 1984 was hun overmacht zo groot dat ze daar bijna alle medailles wegkaapten. In de medaillespiegels van Sarajevo en Calgary zie je dat terug.

Op de sprintafstanden overheersten de Russen. Ze hadden misschien wel tien man die beter waren dan ik. Ik was blij dat er maar vier aan het WK mee mochten doen. Rond de Russische ploeg merkte je niet veel van bewaking, niet zoals bij de Oost Duitsers. Dat kon twee dingen betekenen, de Russen zouden toch niet overlopen naar het Westen, of ze werden ‘undercover’ bewaakt. Dat ze niet zouden overlopen zou kunnen betekenen dat men volledig tevreden was met de situatie waarin ze leefden. Anderzijds wisten ze dat achtergebleven familieleden een hoge tol zouden moeten betalen.

Hoewel de Oostblok atleten me bijzonder intrigeerden kwam er niet veel van contact. Ik kende de coach en voormalig wereldkampioen Moeratov een beetje, omdat ik hem schaatsen had geregeld voor de ultieme Russische beer Sergei Chlebnikov. Deze uit de kluiten gewassen  schaatser, met grote snor, was wereldkampioen sprint in Alkmaar 1982 geworden. Op de door mij geregelde Nijdam schaatsen won hij twee keer zilver in Sarajevo 1984. Dat was tegen het zere been van schaatsfabrikant Viking die indertijd nog alle medaillewinnaars op hun materiaal had rijden. Ik reed zelf ook op Nijdam onderstellen, met een orthopedisch schoen. Dit was gemaakt door een Duitse voetendokter die Pichler heette. Samen met mijn broer Mathijs mocht ik, in de buurt van Frankfurt, van Nijdam schoenen laten maken. De voetendokter bewonderde de voeten van Mathijs, het leek bijna een erotische opwinding. Ze waren perfect, hij streelde ze opgetogen. Daarna mocht ik mijn voeten laten zien, die werden begroet met een mamamia. Platte spreidvoeten, misschien een gevolg van mijn jeugd op laarsen? Duidelijk het tegenovergestelde van Mathijs.

Pichler was echter een vakman en de schoenen zaten geweldig, ik zou er twee seizoenen op rijden. Daarna ging ik weer terug naar Viking, die daar gelukkig volwassen mee om ging en mij hun beste materiaal beschikbaar stelden.

Chlebnikov was erg tevreden over de Nijdam schaatsen, maar kon mij dat niet vertellen. Slechts een beleefde glimlach kwam onder die snor vandaan, als ik hem zag. Moeratov was heel wat uitbundiger, die sprak een beetje Duits en na het Olympisch zilver van Chlebnikov op de 1000 meter, kreeg ik een dikke pakkerd van hem. Plat op de bek!

In het Russisch sprintgeweld hield Chlebnikov daarna geen stand. In 1985 was hij nog reserve bij het WK sprint in Heerenveen. Daarna zagen we hem niet meer terug. De beer was een zuipschuit geworden werd later bekend. Op een dag dat hij zijn roes lag uit te slapen op een luchtbed, schijnt hij via de bodem van het meer naar het hiernamaals te zijn vertrokken. Dat was in 2003.

Door mijn band met Moeratov kreeg ik de kans om een beetje mijn licht op te steken bij de Russen. Hun trainingsmethodes waren heel anders dan ik ze kende. Ze deden zware krachttraining, veel in hele diepe schaatshoeken, op het ijs deden ze heel weinig en vaak was dat of heel kort en fel of anders reden ze heel langzaam aan de binnenkant. Wij trainden veel meer had ik de indruk, maar wist natuurlijk niet het hele programma. Meer is ook niet per definitie beter. Hun overmacht aan kracht werd medisch ondersteund, dat was een aanname. Iets waar je niks mee kon, want ze kwamen door de toenmalige controles en waren aldus onschuldig. Toen later het ijzeren gordijn viel en meer van de topsportpraktijken naar buiten kwamen werd wel duidelijk dat er op grote schaal was gerommeld met doping. Hoeveel van mijn directe concurrenten uiteindelijk hebben gebruikt is niet relevant. De uitslag blijft voor mij bindend, anders zou je knettergek worden.

Ik zou toch niet willen ruilen, sporters als Chlebnikov zijn er zo veel in de voormalige Sovjet unie. Het is wat je er zelf van maakt, maar het leven in Nederland is zo slecht nog niet. Het meest trieste verhaal wat ik ken is dat van Igor Vidjakin. Een enorm getalenteerde Russisch sprinter. Een enorm getalenteerd mens ook.Vidjakin was een Rus die vloeiend Engels sprak. Een gevaarlijk mannetje voor de KGB om mee te sturen. Een westers georiënteerde Rus die ze daarom liever in de Sovjet unie achter wilden laten. Vidjakin mocht meedoen aan een wedstrijd van het vierbahnentoernooi. Nog nooit van gehoord Vidjakin, maar daarna nooit meer vergeten. Deze man maakte ons Nederlanders tot figuranten. Vidjakin was niet zo n lompe Rus, maar een met gratie en een prachtige techniek. Daar zouden we nog veel last van krijgen. Niet dus. Igor ‘housja’ Vidjakin pleegde in de winter daarna zelfmoord door verhanging. Dat was tenminste wat Moeratov mij vertelde, toen ik hem vroeg waar Housja gebleven was. Moest ik dat geloven? Maar de ernst waarmee me dit verteld werd maakte dat ik het wel moest geloven. Waarom dan? Dat was net even een vraag teveel. Ik begreep dat hij mij al genoeg had verteld. Lang na de val van het Sovjet regime is me toch de toedracht ter ore gekomen. Vidjakin had met het prijzengeld van Baselga gerommeld. Op straat in Rusland werd hij betrapt met dollars op zak. Daarop stond een zware straf vanwege landverraad. De rest van de familie zou hun banen verliezen en ten schande worden gesteld. De uitweg vond Vidjakin in een zelfmoorddaad. Hij nam aldus de schande mee in zijn dood en pleitte daarmee de familie vrij.