Column Geert Kuiper:

We duiken de oranjegekte weer in. De commercie en zijn slimme reclamebazen zijn er wederom vol opgedoken. Supermarkten kunnen geen boodschappen meer aanbieden zonder oranje gadget, andere winkels hebben weer een ander prullaria. Ik zie ook dat mensen hun tuinen aan het inrichten zijn voor de wedstrijden van het Nederlands voetbalelftal.  Vlaggetjes voor de hele buurt, een café wat zich helemaal oranje heeft laten verven.

 

Op de Olympische spelen van Vancouver kwam ik erachter dat buitenlanders niks snappen van dat oranje. In, generaliserend, het buitenland wordt er ‘gevlagd’ en laat er op onze vlag nou geen spoortje oranje te ontdekken zijn. De deels oranje vulling van de Olympische ijsbaan in contrast met de maple leaf, de rood-witte vlag van Canada. De uitleg, die ik aldaar meerdere keren moest geven, werd over het algemeen vol ongeloof aangehoord. Eigenlijk dacht men dat ik hen voor het lapje hield, met ‘the Royal Family is the house of Orange. Orange is the place they originally came from. Even vrij vertaald, ons Koninklijke familie heet oranje naar de streek waar ze vandaan kwamen. Voor mij volkomen duidelijk maar de mensen in Canada vonden me maar een joke-jacket (grapjas).

Om terug te komen op de oranje spulletjes, hoop ik maar dat we snel uitgeschakeld worden daar in Zuid-Afrika. Dan zit de grijze container daags erop al weer vol en kan al die rommel naar de vuilstort.

Ergens heb ik wel het idee dat dit elftal een van de beste is die we ooit hebben gestuurd, in dat geval zitten we nog tot half juli met de oranje-boel en een ontwrichte samenleving. Dit elftal heeft echter ook de neiging om tegen een onnodige nederlaag op te lopen, iets wat bijvoorbeeld de veel mindere Duitsers maar zelden overkomt (voetbal is een spel van elf tegen elf en aan het eind winnen de Duitsers).

Maar goed, ondanks het feit dat ik een aantal jaren voetbal heb gespeeld, zal ik mij niet, zoals pakweg zestien miljoen anderen, als bondscoach presenteren. Dat terwijl ik wel degelijk coach ben. De sport is zo wezenlijk anders dan het schaatsen dat een vergelijking nauwelijks is te trekken. Waarin ik wel ervaring heb is in een secundaire factor, die op het WK een rol zou kunnen spelen, presteren op hoogte.

Met 1700m is Johannesburg de hoogste speelstad van Zuid Afrika. Nederland speelt daar op 14 juni de eerste wedstrijd tegen de Denen. De twee andere groepswedstrijden zijn op zeeniveau (tegen Japan en Kameroen). Mocht Nederland deze groep en alles daarna winnen is pas de finale weer een wedstrijd in Johannesburg.

Bij schaatsers is er op hoogte o.a. een positief effect in het aanmaken van rode bloedlichaampjes, welke de zuurstofvoorziening van de spieren bevorderen. Met name een belangrijk aspect voor duursporters, de allrounders. Niet onvermeld mag blijven dat een aantal mensen helemaal geen reactie vertonen op hoogte, de zg. non-responders. Voor sprinters is dit effect anders, studies gaan alle kanten op als je het over sprint hebt en spreken elkaar tegen. Lang trainen op hoogte zou de explosiviteit doen afnemen, immers op hoogte kan relatief minder getraind worden. Nu heb ik het over trainen, maar er is een ander aspect, het hebben van een belangrijke wedstrijd op hoogte. Het werkt  zeker niet om zonder acclimatisatie naar hoogte te vertrekken. Over het algemeen wordt een vuistregel gehanteerd van een dag per honderd meter hoogteverschil. Voor Johannesburg dus 17 dagen. Dit is opgevangen door eerst in Seefeld, Oostenrijk, op 1200m te verblijven, maar het gekke is dat er in Nederland nog twee wedstrijden zijn gehouden. Dat betekende weer vijf dagen terug op zeeniveau. Ik kan me niet aan het idee onttrekken dat het financiële hier boven het sportieve is gesteld. Ruim een week hebben ze vervolgens om te wennen aan 1700m meter.

Als ze in het toernooi tot de finale reiken dan zitten ze van zes juni tot 11 juni op hoogte, onderbroken door de wedstrijden op zeeniveau, waarbij ze twee dagen voor de tijd laag gaan verblijven. Voetballers zijn in te schalen als explosieve sporters (voetbal is een interval aan korte sprintjes). Het zal mij niet verbazen dat ze na de groepsfase dagen zullen hebben dat ze niet collectief vooruit te branden zijn. Het mooie van voetbal is dan weer dat je dan alsnog kan winnen. Een schaatser is op zo n dag kansloos. Wel samengevat; die voorbereiding op hoogte komt mij wat vreemd over maar wie weet is er een andere manier waardoor ‘onze elf’ tot grote hoogte zullen stijgen. Voordeel van een uitschakeling is dat alles weer normaal wordt. De grote Cruijff heeft met die wijsheid misschien nog wel zijn grootste bijdrage aan de maatschappij geleverd.