Column reeks Man op de Baan Geert Kuiper:

Hilbert van der Duim was een fantastische schaatser. Hij beheerste alle afstanden en was de enige die de onaantastbare Erik Heiden een nederlaag kon toebrengen op een belangrijk toernooi. Dat was tijdens het wereldkampioenschap allround van 1980, wat net na de Olympische spelen van Lake Placid in Heerenveen werd gehouden. Dat Heiden met vijf gouden medailles in de ‘pocket’ niet helemaal scherp meer was en de ijsmeester van Thialf mogelijk zijn Friese provinciegenoot een dweiltje mee had geholpen laat onverlet dat de toen 22 jarige HIlbert een puik toernooi afwerkte en de wereldtitel met recht verdiende.

Het leek het begin van een tijdperk Van der Duim. Heiden was gestopt en de sterke Noorse  vier “s” en(Stensen, Storholt, Stensjemmet en Sjobrend) leken hun langste tijd te hebben gehad of waren gestopt.

Hilbert van der Duim ging echter niet zozeer de boeken in als de uitmuntend schaatser die hij was (twee keer Europees, twee keer Wereld en zeven keer Nederlands kampioen allround en ook nog derde op het WK sprint),  maar meer als de man van de capriolen. De man die struikelde over vogelpoep en van een rondje te vroeg stoppen( op respectievelijk het EK en WK van 1981). De man die zijn kwaliteiten uiteindelijk ook niet zou vertalen in Olympische medailles.

In 1982 was er weer een evenwichtige Hilbert van der Duim met een derde plaats op het Europees kampioenschap en met opnieuw de wereldtitel bij een toernooi in eigen land, ditmaal op het kunstijs van Assen.

Hij was een belangrijk voorvechter van commerciële belangen, zeg maar de Rintje Ritsma van de jaren tachtig, waarin de schaatsbond geen commerciële belangen toestond buiten hun eigen belang. HIlbert kwam regelmatig in botsing met de bobos (bondsbonzen). Hij vond dat hij het recht had zichzelf te vermarkten ofwel een betere vergoeding van de bond moest krijgen dan het schijntje wat er voor kernploegleden werd betaald.

Als wereldkampioen had hij een privécontract met lippengigant Labello en de bond werd gesponsord door Uniekaas. Dat gaf soms rare kronkels waarbij op enig moment zelfs een schorsing in de lucht hing. Van der Duim had net een paar keer te vaak de lippen gestift in het openbaar. Er was nog een derde partij waarbij Hilbert van der Duim als uithangbord werd gebruikt en dat was schaatsenfabrikant Nijdam uit Heerenveen. Dat hij op dat merk schaatsen reed was niet alleen groot op de schaatsen maar ook op de handschoenen af te lezen.

Het was in de Nijdam burelen dat het idee ontstond van een wereldkampioenspak. De daar werkzaam (indertijd) bekende oud profwielrenner Gerben Karstens vond dat de traditie vanuit het wielrennen best in het schaatsen kon worden geïntroduceerd. Deels bedoeld als publiciteitsstunt en misschien kon het een mooie traditie worden. Het werd een opvallend wit pak met de regenboogkleuren in banen rondom buik en rug. Het was van dezelfde stof als de volledig oranje NL pakken met de bekende zwarte drie strepen van Adidas op de mouwen. Er werden twee pakken gemaakt.

Het was een gewaagd plan, als heersend wereldkampioen van start gaan in dit pak en dan ook nog eens in het hol van de leeuw, het heilige Bislett stadion in Oslo. Waar historisch al heel wat gevechten plaats hadden gevonden tussen de gezworen vijandige topschaatslanden Nederland en Noorwegen.

Noorwegen had in de personen van Rolf Falk Larsen en Bjorn Nyland  belangrijke tegenstanders. Hilbert was in Den Haag een paar weken eerder Europees kampioen geworden bij alweer een bijzondere wedstrijd, waarbij de weersomstandigheden een belangrijker rol leken te spelen dan de vorm van de deelnemers.

Absolute geheimhouding werd betracht om niet voor het wereldkampioenschap al met een verbod op het regenboogpak te worden geconfronteerd. Zelfs de coaches en andere rijders wisten van niks. Derhalve kleedde Hilbert zich in de WC aan en pas vlak voor de 500m werd duidelijk dat er een afwijkend pak werd gedragen. Die 500 meter in Bislett werd met miniem verschil gewonnen door Falk Larsen, gevolgd door Van der Duim in het regenboogpak (38,94 om 38,97). Niets aan de hand, een prima begin. Het regenboogpak leek echter op de 5000m meer op een remparachute. Het verschil met opnieuw winnaar Falk Larsen is zeventien seconden en het is dermate slecht dat van der Duim de tien kilometer niet eens meer mag rijden. Het regenboogpak krijgt de schuld! De coaches Egbert van het Oever en Tjaard Kloosterboer verbieden het pak voor de tweede dag. Niet meer in het pak rijdt Hilbert van der Duim naar een – ver beneden nivo – tiende plek op de vijftienhonderd meter. Rolf Falk Larsen wint ook deze afstand en is daarmee na drie afstanden al wereldkampioen. Hij rijdt voor eigen publiek een tien kilometer, die je zou kunnen omschrijven als vijfentwintig ererondjes. Hij wordt in punten daardoor nog voorbij gegaan door de Zweed Thomas Gustafson die bijna veertig seconden sneller rijdt. Dit zou er toe leiden dat de regel van drie afstandszeges is kampioen  het jaar daarna werd afgeschaft.

Het regenboogpak zou nooit meer gedragen worden. Het ene pak overhandigde Van der Duim aan Falk Larsen, de nieuwe wereldkampioen, maar die zou er nooit een wedstrijd in rijden. Waarschijnlijk bewaart hij het ergens op zolder als een mooi aandenken aan zijn enige wereldtitel. Inmiddels is het een uniek pak. Het andere pak  kwam namelijk in een lijst in het schaatscafé t Houtsje in Heerenveen te hangen en ging verloren in de grote brand die het café in 2009 verwoestte.

Eigenlijk is het jammer dat één slechte vijf kilometer het regenboogconcept voor vele jaren heeft geblokkeerd. Voor mijn gevoel zijn we er wel weer eens rijp voor. Misschien kan Sven Kramer bewijzen dat de kleur van het pak niet het verschil maakt. Stof tot nadenken zou ik zeggen.