De TVM schaatsploeg is weer terug van het trainingskamp op het Spaanse eiland Mallorca. Dit eiland, wat qua oppervlakte iets groter is dan bijvoorbeeld Friesland, biedt volop mogelijkheden om mooie fietsrondes te maken. Met het mooie Middenlandse zeeklimaat erbij is het goed toeven.

Ons vaste hotel grenst aan de zee en een mooi zandstrand ligt uitnodigend klaar. Daar kan worden gerust tussen de trainingen door. Hoewel het woord vakantie door derden nogal eens smadelijk in de mond wordt genomen, wordt er nogal wat werk verzet. In de trainingsopbouw is deze fase vooral bedoeld voor het leggen van de basis. Dat betekent veel algemene training, een stuk opbouw van de conditie.

Het eiland voldoet dermate aan de verwachtingen dat we niet eens meer elders zoeken om een mei-kamp te houden. Misschien dat het een minpunt is dat de TVM vrachtwagen drie dagen nodig heeft om er te komen (en ook weer terug) maar die brengt alle fietsen, bagage en alle andere trainingsbenodigdheden op zijn plaats. De chauffeur van dienst, Jan Pieter Berghuis knoopt er een vakantie van twee weken tussen en noemt het een prettig ritje (met ook nog een bootreis van Barcelona naar Mallorca).

Voor mij was dit gek genoeg pas mijn eerste reis naar Mallorca. De afgelopen jaren had ik steevast eerste snee verlof. Er moest gemaaid en geoogst worden op de boerderij en de andere trainers konden het zonder mij prima afhandelen op Mallorca. Niet dat het dit jaar heel anders is, maar de eerste snee (gras) liet zich vroeg ruimen dit jaar en Gerard Kemkers wilde tussen de trainingen door flink vergaderen over de aanpak van de trainingen. Met Bart Veldkamp en Jim Mc Carty moeten we een kwartet meningen vermengen tot een volledig gedragen programma. Daar moet uiteraard veel tijd in worden gestoken, waarbij soms meningsverschillen ontstaan. Dat is niet erg, dat verruimd de inzichten, maar uiteindelijk moeten we allemaal achter één plan gaan staan.

Het nuttige met het aangename combineren is een mooie manier van leven. Dat geldt voor mij ook met racefietsen. Iets waar ik thuis mezelf te weinig toe kan zetten. Hier kan ik bijna dagelijks aansluiten bij de sporters en behalve wat zadelpijn is dat een lekkere bezigheid.

De oud topsporter zit onderhuids nog wel verpakt in mijn lijf. Een klim van ruim zeven kilometer wordt op mentaliteit geslecht. De rest van de ploeg  rijdt bij het eerste serieuze stijgingspercentage bij me vandaan. Onderweg gebruik ik oude trucs om door te blijven trappen, op een te groot verzet, maar ja ik heb niet kleiner. Ik leid mezelf af met gedachten. Ik bedenk op wat een mooie Giant fiets van carbon ik zit. Ik zie het mooie zwart wit en de verfijnde groene streepjes. Die zie ik boven mijn gespierde bruine armen weer terugkomen in mijn shirtje. Mijn broekje heeft een mooi stiksel en ik zie dat ik eigenlijk mijn benen had moeten scheren. Daar had de eerste snee ook wel vanaf gekund. Ik lach om mijn eigen grap en ben weer een bocht verderop. Ik denk aan ruim dertig jaar terug toen ik nog in de kernploeg zat. Dat mannen als Frits Schalij, Ralf Sibrandi, Yep Kramer en Egbert Post als gekend wieleramateurs mij alle hoeken van de straat lieten zien. Zij legden mij ook uit wat gesoigneerd betekende. De witte sokjes, de geschoren en liefst ingesmeerde benen, het mooie stuurlintje en de weggewerkte kabels. Zelf had ik een veel te groot frame van Koga wat mij was aangesmeerd door een plaatselijke fietsenmaker. ‘Ja Geert een 63 cm frame kan jij makkelijk hebben’. Een fiets was iets wat je zelf diende aan te schaffen alsmede de uitrusting die daarbij hoorde. In jong oranje had ik nog geen wielerschoenen, ik fietste op gympies en trok de riempjes wel wat strakker aan. Ja vroeger was alles niet beter, zeg ik tegen mezelf, maar mijn conditie wel.

Dan denk ik aan Jillert Anema, nu de succesvolle coach van de BAM schaatsploeg, die mafkees (dat compliment neemt hij graag van mij aan) die kwam vroeger aansluiten op een racefiets met pakjesdrager en met geitenwollensokken in de schoenen. Dat was provocerend niet gesoigneerd en later toen ik hem beter leerde kennen begreep ik wel waarom. Wederom speelt een glimlach om mijn mond. Het is bijna jammer te noemen dat de laatste bocht zich heeft aangediend en ik de top heb bereikt. Na een hergroepering beneden en op de terugweg naar het hotel neem ik brutaal de kop, ik zie mijn machtige dijen de grote plaat ronddraaien en de forse tegenwind deert mij niet. Op weg naar de volgende vergadering.

Geert Kuiper