Column Reeks Man op de Baan Geert Kuiper:

De zoon van slager Van Velde uit Heerde was een explosief kereltje. Als enige zoon met twee oudere zussen leek Gerard voorbestemd om uit te benen en worsten te maken. Hij deed daarvoor de volledige opleiding. Het opvolgen van zijn vader leek een voor de familie uitgemaakte zaak. Zelf was Gerard daar minder van overtuigd, zijn voorkeur ging uit naar snelle dingen. Auto’s en motoren vooral.

Diezelfde kick had hij gevonden in het schaatsen. Op de baan van Deventer was de ster van Van Velde langzaam rijsent. Als junior viel hij niet direct op in de ranglijsten en Jong Oranje was voor hem niet weggelegd. Toch had hij ‘iets’. Een ruwe diamant die met de juiste slijp ver zou kunnen reiken.

Voorlopig stond hij ver in de schaduw  van leeftijdsgenoten als Falko Zandstra en Marnix ten Kortenaar. Maar hij won wel de vijfhonderd meter op het Nederlands kampioenschap A junioren. Met als beste tijden 38.88 en 1.18.09 kwam hij in het seizoen 1990-91 toch vrij verrassend in de sprintkernploeg van Eppie Bleeker, hij is dan nog junior.

In dat eerste jaar houdt de ziekte van pfeiffer hem grotendeels aan de kant. Net herstelt gaat het snel. Hij plaatst hij zich in het team voor het WK sprint in Inzell 1991. Daar eindigt hij als 15de  en beste Nederlander en scherpt zijn pr’s aan tot 37.72 en 1.15.34. In maart volgen al bijna logisch de eerste Nederlandse afstandstitels op de vijfhonderd en duizend meter.

De wilde en vaak grillige van Velde krijgt de bijnaam ‘cowboy’. In het Olympisch seizoen (1991-1992) plaatst hij zich voor de 500 en 1000m. Op de buitenbaan van Albertville komt hij goed tot zijn recht. Hij finisht net buiten de medailles, waarbij het verschil op de 1000m slechts 0.08 is met het goud en 0.01 met het brons. De verwachting is dan dat de 20-jarige van Velde zijn medailles nog wel zal halen.

Aan het eind van dat seizoen klokt hij in Calgary een officieus Wereldrecord op de vijfhonderd meter in 36.27, maar dat gaat niet in de boeken omdat de wedstrijd niet is aangemeld.

 

De jaren daarop blijkt echter zijn grilligheid zich nog verder tegen hem te keren. Hij heeft de klasse voor een wereldrecord zowel op de vijfhonderd als duizend meter, maar eindigt op de WK nooit hoger dan zesde.  Het wereldrecord duizend meter wordt hem op wel heel bijzondere wijze onthouden. In een wereldbekerwedstrijd rijdt hij het record, maar wordt gediskwalificeerd vanwege een foute wissel in het begin van de rit.

De Olympische spelen van Hamar (1994) verlopen teleurstellend net als de rest van het seizoen waarbij hij op zowel de NK als de WK sprint valt. Twee jaar later is er opnieuw een val op de eerste vijfhonderd meter van het WK sprint in Heerenveen. Inmiddels loopt het aantal afstandstitels op tot tien en NK sprint tot vier. In 1997 komt er nationaal een concurrent in de persoon van Jan Bos. Die neemt de nationale titel over zonder dat van Velde zichzelf uitschakelt. De jeugd tegen de oude garde. Van Velde wordt een veteraan genoemd, maar is dan pas 25 jaar oud.

Het is het jaar dat de klapschaats gaat doorbreken. Niemand kan meer om de nieuwe schaatsen heen. Gerard stribbelt nog lang tegen, want hij kan er niet mee uit de voeten. Anderen zoals Jan Bos en vooral Erben Wennemars maken enorme vooruitgang op de ‘klappers’. Van Velde komt geen bocht door en plaatst zich uiteindelijk niet voor de Spelen van Nagano(1998)

Vlak daarvoor kondigt hij zijn afscheid aan en besluit in het volgende seizoen te gaan marathonrijden. Hij krijgt een plekje in de VSP netwerk ploeg. De pure sprinter heeft niet de benen voor honderd ronden en na een paar maanden geeft hij er de brui al aan. Als medewerker van studio sport komt hij tussentijds op bezoek bij de Sanex ploeg met Rintje Ritsma. Beide mannen houden van auto s en motoren en hebben mede daarom een klik. Rintje vindt Gerard nog veel te fit voor een pensioen. Hij nodigt hem uit om in Dronten een keer mee te komen trainen. Ik ben daar als trainer getuige van een vreemde vijf kilometer waarbij Gerard als trekpaard in de baan rijdt voor Rintje. Na een paar ronden lopen de benen van de ‘marathonrijder’ vol en stapt hij uit de baan.

Toch ligt hier de basis voor een verder vervolg van de schaatscarrière van Gerard van Velde. We willen hem graag in het team nemen als ondersteuning voor de allrounders Martin Hersman en Rintje Ritsma. Stiekem hopen we zijn eigen mogelijkheden nog eens te vinden.

Hij zegt direct geen ja. Hij is bang dat hij opnieuw tegen een teleurstelling zal aanlopen. Pas in augustus 1999 duikt hij op in ons trainingskamp in ST Moritz(Zwi). ‘Als ik in Inzell straks met jullie mee wil trainen dan mag ik wel eens beginnen met de training’.

In oktober wordt er op het ijs van Inzell eerst maar eens aandachtig naar de schaatsen van van Velde gekeken. Martin en Rintje zijn allebei zeer materiaalkundig en helpen Gerard aan een juiste afstelling. Je ziet een vleug van de oude klasse en de bochten zijn al acceptabel. Als Ab Krook mij dan ook vraagt of Gerard mee wil doen aan de Utrecht City, dan hoop ik dat hij het aan durft. ‘Zeg jij het maar’ laat hij het aan mij. ‘Dan doe je mee’. Hij plaatst zich meteen weer voor de wereldbeker 500m, maar is nog niet de wereldtopper van ooit. Hij plaatst zich voor het WK sprint van dat jaar maar is nog ver verwijderd (20ste) van het nivo van een Jan Bos, Erben Wennemars en Jacco Jan Leeuwangh. Als Sanex ophoudt te bestaan en overgaat in TVM dan zijn de TVM-bazen niet gecharmeerd van de sprinter. Zij willen de allerbeste en dat is Jeremy Wotherspoon. Ze kwamen net uit het fietsen en daar ging het anders toe dan in het schaatsen. Met manager Patrick Wouters ging ik dus Wotherspoon contracteren in Calgary. Van Velde gaat uiteindelijk mee in de deal, die ook een contract voor Mike Ireland en Casey Fitzrandolph inhield. Twee trainingsmaten van Wotherspoon, die samen in Calgary bleven trainen bij hun coach Sean Ireland.

In september mocht Gerard daar meedraaien op stage. Wat hij daar vooral leerde was dat die gasten geen betere atleten waren dan hij. In alles was hij eigenlijk beter behalve in de schaatstechniek. Een wijze les.

Tien jaar na zijn eerste internationale doorbraak in Inzell zou diezelfde baan de opmaat worden voor een tweede. Bij het WK sprint van 2001, waar Mike Ireland wereldkampioen werd, sloot Gerard van Velde met een zevende plek weer aan bij de top. Hij werd daarbij weer eens vierde op de 1000m. Gerard van Vierde!

Met de prestaties van dit seizoen lijken de Olympische Spelen toch nog een keer haalbaar. Hij plaatst zich uiteindelijk redelijk eenvoudig voor de vijfhonderd en duizend meter in Salt Lake City(2002). Op beide afstanden is hij kanshebber, maar ook niet veel meer dan dat. De vijfhonderd meter is verdeeld over twee dagen. Gerard gaat de nacht tussen die twee dagen in op de vierde plaats. Hij heeft het Nederlands record verbeterd en heeft uitzicht op meer. De tweede gaat opnieuw goed. De grilligheid van weleer is er niet meer, er zitten nog wel kleine foutjes in de bochten, maar hij is redelijk stabiel. Achter Shimizu staat hij tweede als het laatste paar van start gaat. Daarin verliest Casey Fitsrandolph de rit, maar wint het goud en de andere Amerikaan Kip Carpenter wint de rit en grijpt 0.01 voor van Velde het brons.

Gerard van VeldeDe teleurstelling hoef ik niet uit te leggen. Ik houd hem echter voor dat hij nog een kans krijgt; de 1000m. De vorm is goed. Met zijn toenmalige vriendin Pauline geven we hem een dag vrij om tot zinnen te komen. Als hij de dag voor de duizend meter zich weer meldt heeft hij de omschakeling gemaakt. Zijn plan: nergens ook maar 0.01 verspelen. Als de Olympische rit tegen Sergej Klevtsjenja begint dan is de beste tijd nog van Ids Postma, boven de 1.09. Gerard heeft een geweldige tegenstander aan de Rus, die tot zeshonderd meter gelijke tred weet te houden. Gerard heeft daarvoor een rondje van 24.67 nodig. Het snelste rondje ooit gereden op dat moment. Met een slotronde van 26.18 waarbij Gerard tot voorbij de streep doorrijdt komt er een monsterlijk wereldrecord op de klokken, 1.07.18, een ruime verbetering van het oude wereldrecord. Van gekkigheid doe ik een vliegtuig na op de kruising, wat een race!

Alle favorieten moeten nu opboksen tegen een tijd die ze nog nooit eerder zagen. Eén voor één sneuvelen ze, waarbij Jan Bos nog het dichtste in de buurt komt. Als de laatste rit tussen Wotherspoon en Wennemars gaat beginnen is de medaille al binnen, maar eenieder weet dan al dat dit, 16 februari 2002 , de dag van Gerard van Velde is.

Nederland aanschouwt ontroerd de ontblote ‘cowboy’ die wordt omgedoopt tot ‘Tarzan’. Een hoogtepunt in een aaneenschakeling van teleurstellingen zou hij er eens van zeggen. Hij zou er nog ruim vijf jaar bij aanplakken, waarbij hij zijn erelijst nog verder opfleurde. Hij pakte o.a. zilver op de WK sprint en het WK afstanden. Maar een dag als die ene zou er niet meer komen. Maar ach dat is er ook één waarop hij zijn hele leven kan teren.