Column Roy Boeve:

Puntgaaf lopen we erbij, suède bordeelsluipers, colbert en een geruite shawl om het af te maken. Schijnbaar klaar om van een goede fruitige rode wijn te gaan genieten, ware het niet dat het plan ons leidde naar de ijsbaan. Als onbetekenende, uitgerangeerde schaatsers die te weinig uit hun mogelijkheden hebben gehaald, blijft het mooi om een echte wedstrijd te aanschouwen. Vooraf filosoferen we over het verloop van 125 ronden vol bloed, zweet en tranen. 125 ronden vol strijd, met stalen acteurs in de hoofdrol.

Heerenveen is het podium, de eerste serieuze krachtmeting voor het peloton. Het zal de plaats zijn waar de mannen van de figuranten worden gescheiden. Strategisch hebben we plaatsgenomen achter de breinen van de schaatsers, de wijze ploegleiders die met drukke gebaren alle rijders naar voren dirigeren. Smalend spreken we uit, het zal wel druk worden voorin.

De professionalisering heeft er voor gezorgd dat de wijze heren de rijders optimaal hebben kunnen voorbereiden naar deze climax. De trainingsuren lijken de rijders het nodige zelfvertrouwen te hebben gegeven. Mooie pakken van grote sponsors en nog mooiere brillen maken het geheel helemaal af. Vol bravoure glijden de toneelspelers van vandaag sierlijk aan ons oog voorbij. Nog een laatste bidon en instructie voordat de wedstrijd kan beginnen. “Bezigheidstherapie” merkt Boeve cynisch op, refererend aan de waarde van het ploegleiderschap.

 

Het startschot heeft geklonken en in de eerste 20 troosteloze rondes vullen we onze tijd met een gesprek over competitievervalsing in de eerste divisie door topdivisie rijders. Tot onze verbazing vond onze goede vriend Martijn Kromkamp zichzelf zo belangrijk om hier een column over te schrijven. Met ingehouden lach vragen wij ons af of het wel verstandig is om veel van deze rijders tot “ambitieloze middelmoot” te devalueren. Als conclusie komen we tot een hypocriet oordeel: “Laat gaan, hij zal vanavond zijn gelijk bewijzen” laat van der Wal optekenen.

De wedstrijd heeft zich inmiddels ontwikkeld tot een climax. Met kop en schouders steken Bob de Vries, Jorrit Bergsma, hun ploeg en een enkeling boven het peloton uit. Het is alsof de wedstrijd slechts een aantal deelnemers en hun eigenwijze trainer telt.

Vanaf de kant vragen wij ons af hoe dit zover heeft kunnen komen. Hebben de woorden van de wijze heren aan de kant hun weerslag niet gehad? Had het peloton collectief zijn dag niet of is de reden meer structureel van aard? Is de capaciteit niet aanwezig om een tactiek te bedenken, over te brengen en op het ijs uit te voeren? Het lijkt er niet op.

Chagrijnig stappen we in de auto terug naar huis. Na een wedstrijd met één ploeg, Joost Juffermans en Rob Hadders als uitzonderingen memoreren we aan elkaar de woorden van Martijn Kromkamp;

“Als je het voor de fun doet, dan adviseer ik je om weer lekker het 6-abanentoernooi te gaan rijden. Je houdt namelijk al jaren een nummer bezet van je gewest waar wellicht een enorm ambitieus talent om staat te springen.”

We kijken elkaar aan en denken hetzelfde, het zal volgend jaar druk worden op het 6-banen toernooi.