Column Frank Fiers:

De nationale kampioenschappen zijn in de meeste Europese landen achter de rug. De kaarten liggen op tafel. De selectie’s kunnen gemaakt worden. Vanaf nu is het voor de ‘internationals’ één rechte lijn naar het EK!

Opvallend in de Nederlandse competitie is dat zowel bij de dames als bij de heren 2 uit blessure komende atleten de scepter zwaaien. Het moet gezegd zijn dat ze dit beiden doen mede dankzij een sterke ploeg. Toch bewijzen Manon Kamminga en Crispijn Ariëns nog maar eens dat er met moeite sporters te vinden zijn die ‘te weinig’ trainen. Ergens is het logisch dat sporters teveel trainen. Ondanks alle wetenschappelijke kennis

Een topsporter moet de ‘100% presteren’ grens aftasten om het maximale uit zijn lichaam te halen. En hoe leer je een grens beter kennen dan door erover te gaan? Een noodgedwongen inactiviteit nadien zorgt dan bijna altijd voor de wetenschappelijke ‘overcompensatie’-piek met bijhorende klinkende resultaten.

Blessures en/of overtraind zijn blijven in topsport (zelfs in de recreatiesport) nauwelijks uit te sluiten problemen. Geen wonder dat de meeste ijsschaatstrainers niet staan te springen om hun atleten in de zomer los te laten in de skeelercompetitie. Er is echter een kentering in de schaatswereld. Marathonschaatsers verschijnen al sinds jaar en dag in het skeelerpeloton maar nu mogen ook steeds meer langebaanschaatsers skeeleren van hun bij-de-les-zijnde trainers. Zij het niet bij alle trainers even ‘van harte’ en logischerwijs enkel wedstrijden rijden passend in het schema, wat in functie staat van de winter.

Ik heb nooit begrepen dat vroeger ‘wielerwedstrijden rijden’ wel mocht en deelnemen aan skeelerwedstrijden bijna heiligschennis was. Of het lichaam zwaar (over)belasten in het krachthonk noodzakelijk wordt gevonden terwijl skeeleren zo veel minder belastend is en toch ook veel spierkracht oplevert. Gelukkig voor de atleten en voor de skeelersport zijn een aantal schaatstrainers tot het besef gekomen dat skeeleren en schaatsen hand in hand kunnen gaan. Mits een verstandige, doordachte aanpak!

We moeten immers toegeven dat de onbevangen manier van skaten die onder andere de broertjes Mulder, Koen Verweij en Jan Blokhuijsen ten toon spreidden op het NK een zegen zijn voor iedereen. Voor de skeelersport zeker maar niet in het minst voor de sporters zelf. Plezier in de sport is het belangrijkste roept iedereen. Volgens mij zit dat bij Ronald, Michel, Koen en Jan wel goed als ze rond snorren op kleine wieltjes! Ik kan mij wel inbeelden dat hun trainers opgelucht zijn als ze heelhuids de finish bereiken. Valpartijen lijken mij dan nog het enige geldige excuus om geen wedstrijden te mogen skeeleren als schaatser.

Ook in België zijn de kampioenschappen achter de rug. Hier is een selectie maken op dit moment eenvoudiger dan in Nederland. Wij hebben de beste skater van de wereld: Bart Swings. Logischerwijs wordt hij dan ook zo goed mogelijk omringd, al is de Belgische selectievijver minder visrijk dan de Nederlandse. Om mij goed voor te bereiden ga ik, mijn lessen trekkend uit het verleden, heel veel rusten en lekker relax trainen… of misschien toch maar omgekeerd en met VO2-max waarden en hartslagniveau’s in het achterhoofd de skeelers aanbinden… om voor de laatste keer in mijn carrière zo dicht mogelijk bij die moeilijk te vinden grens te geraken…