Column Geert Kuiper:

Als een van de duizenden toeschouwers bij het NK kortebaan voor heren in Dalfsen ontkwam ik niet aan een flink nostalgisch gevoel. De vele toeschouwers waren niet zozeer voor deze wedstrijd naar de goed geprepareerde ijsbaan van IJsclub Stokvisdennen gekomen, maar om afscheid te nemen van de kleurrijke oud-wereldkampioen sprint Erben Wennemars. Die had zijn afscheidswedstrijd langebaan gepland op de ijsbaan waar hij het schaatsen leerde, naast de boerderij van zijn ouders. De locatie was treffend, het decor van de kortebaan leek misplaatst. Erben deed voor het eerst mee aan het NK kortebaan en werd pijnlijk, door de echte specialisten, op zijn plaats gezet.

De aandacht voor de wedstrijd als wedstrijd was marginaal en dat stemt somber. De kortebaan is op sterven na dood. Zeker nu de ISU (internationale schaatsunie) heeft besloten om de honderd meter weer uit het World cup programma te schrappen. De dood van de 100m.

Dat werd ergens voor het begin van dit schaatsseizoen even medegedeeld. Het wekte geen verbazing, want pure sprint werd maar nooit een volwaardig onderdeel in de World cup. Volgens mij was het niet toekennen van de Olympische status meteen ook de doodsteek. Het onderdeel ploegenachtervolging werd wel een volwaardig onderdeel op de Olympische spelen en kreeg daardoor een hele andere status. De honderd meter werd meer een soort van kermisonderdeel en dat was jammer. Vreemd dat een onderdeel wat in de atletiek het Koningsnummer is, in het schaatsen gewoon niet bestaat.

Het ging al mis bij de opzet. Dat de honderd meter geen Olympische status kreeg had de ISU kunnen opvangen met een officiële status als Wereldkampioenschap. Nu was er alleen een World cup klassement en dat was te onaantrekkelijk voor de meeste schaatsers. Mis in het format was ook de eis dat de deelnemers voor hun land op de 500m moesten starten. Daarom konden Nederlandse specialisten als Dennis Kalker en Michael Poot zich nooit meten met de voornamelijk Aziatische toppers.

Amerikaanse en Canadese ijshockeyers hadden zich dan waarschijnlijk in het geweld kunnen mengen.
Dat had ik graag willen zien, echte specialisten tegen elkaar in het strijdperk. Want wie in Dalfsen puur naar de wedstrijd keek, zag een fantastische strijd die op hele kleine verschillen werd beslist. De ‘andere’ Wennemars (Freddie) werd ouderwets door tegenstander Cees Vink op de startlijn in de luren gelegd en door een tweede valse start uit de finale gehouden. Dat deed terugdenken aan de vroegere jaren, waar ik als opgroeiende jongen de finaleritten tussen Piet de Boer en Mathijs Kuiper (mijn broer) volgde. Dat was vaak een heel ritueel waarbij starten een spel was dat soms minuten lang duurde. Het hoorde bij de lange traditie van de kortebaan. Het was zelfs ooit nog een hele discussie of de startprocedure nu wel of niet de langebaan moest volgen. Moest er met een schot worden gestart en hoeveel valse starts mocht een deelnemer maken? Traditie en verstand leidden tot hevige discussies.

De finale van 2010 werd uiteindelijk gereden met Jesper Hospes, Michel Mulder, Michael Poot en Cees Vink. Deze laatste kan een echte kortebaan specialist worden genoemd. Hij was als enige van de vier geen deelnemer bij het NK sprint. Hij eindigde uiteindelijk als laatste in de finale, maar had een beslissende rol. Doordat degene die alle drie de ritten in de finale wint, ongeacht de totaaltijd, kampioen wordt, had hij als ‘racer’ zelf tot het laatst toe kans om kampioen te worden. In de laatste rit moest hij daartoe Hospes verslaan, maar juist nu was zijn kaarsje opgebrand. Maar door de ritwinst van Vink tegen Poot, die op zijn beurt weer van Hospes en Mulder had gewonnen, kwam er niemand met een ongeslagen finale. Daardoor werd de tijd beslissend en Jesper Hospes de terechte kampioen. De zoon van Henk Hospes die in 1987 dezelfde wedstrijd op het natuurijs van Akkrum won. Daar kon ik helaas indertijd zelf niet aan meedoen vanwege langebaan-verplichtingen. Zoals ook nu rappe mannen als Jan Smeekens en Ronald Mulder niet meededen.

De 160m is iets geworden voor natuurijs. Ik vind het niet gek als op kunstijs wordt gekozen voor 100m, dat kan op alle banen worden verreden.  Maar nu lijken ook de kansen voor de 100m te zijn verkeken en daarmee kan ik moeilijk leven. Ik weet zeker dat veel mensen die mening delen. Daaruit spreekt nog enige hoop voor de kortebaan.  Hoop die doet leven?