Column reeks Man op de Baan Geert Kuiper:

Als schaatsland stelt Spanje niets voor. Dat terwijl de Spaanse sport de laatste jaren behoorlijk veel successen boekt. Denk aan de grote successen in het voetbal en aan veelwinnaars als Rafael Nadal en Alberto Contador. Sportcultuur blijkt klimaatgevoelig en is in Spanje vooral gericht op de zomersporten.

Op de Olympische winterspelen zijn er weinig successen geweest. In Sapporo 1972 werd de enige Spaanse gouden wintermedaille ooit gewonnen door de slalomskiër Francisko Ochoa. Misschien dat de hoofdpersoon van dit verhaal, Antonio Gomes door hem geïnspireerd is geraakt. De man uit Barcelona verscheen eind jaren zeventig op de vierhonderd meterbaan, nadat hij op een ijshockeybaan in de Catalaanse hoofdstad de eerste beginselen had geleerd. In de sneeuw deed hij aan langlaufen, maar zonder wedstrijdniveau. Wat hem nou precies bezielde om met de wereldkampioenschappen allround 1977 mee te doen is mij niet bekent. Met zijn 34 jaar was hij ook al niet meer de jongste. Misschien was de Olympische droom wel helemaal niet zijn droom, maar wat hem ging overkomen kan hij moeilijk hebben ingeschat.

In het bomvolle Thialf, wat de organisatie van het WK had overgenomen van het door dooi geplaagde Davos, staat een kleine man in een rood pak onwennig aan de startlijn voor zijn eerste wedstrijd. De grote favorieten zijn geweest als hij in beweging komt. Het verschil is groot met de toppers. Als een aangeschoten eend legt hij de eerste honderd meter af. Mensen in het publiek twijfelen, ik sta ertussen, wat is dit? Dan komt de bocht, hij kan nauwelijks overstappen. De eerste aanmoedigingen komen van de tribune, langzaam komen we bij van de eerste verbazing. Ruim vijftig seconden is hij onderweg, alsof hij langzaam het geluid wil laten aanzwellen. Over de finish gekomen neemt hij verbaasd kennis van het Thialf-gevoel. Een vol stadion dat een sporter toejuicht. Hij zoekt de interactie en dat vindt het publiek helemaal mooi . Later op de vijf kilometer zou je kunnen spreken van zielig als hij bijna tien minuten onderweg is. Gomez is er de man niet naar om daar over na te denken, hij geniet met volle teugen van alle toejuichingen en is samen met de jonge Amerikaan Eric Heiden de meest besproken man van het kampioenschap.

Als liefhebber en nog aanstormend jong schaatstalent heb ik mijn twijfels. Gomez is een attractie, maar tegelijk een joker. Anderzijds moet je het lef maar hebben om dit te doen, of een enorme plaat voor je kop. Feit is dat het publiek zich kostelijk vermaakt. Hij wordt geloot in groep drie, waarin de mindere schaatsers zitten, hoe relatief klinkt dat? Als tegenstander Gomez loten leek mij vreselijk. Een aanfluiting voor je eigen kunnen.

Het onderstaande filmpje is van de Spanjaard. Hij rijdt daar de 500m op het WK 1979 in het Bislett stadion Oslo tegen de Zweed Ekstrand. Je ziet Gomez erg zijn best doen, hij beweegt fanatiek, heeft een redelijke schaatshouding, maar raakt geen afzet. Goed is hier te zien hoe moeilijk schaatsen eigenlijk is. Ulf Ekstrand raakt veel beter, maar heeft problemen in de bochten. Zijn linkerschaats lijkt wel bot. In de tweede (binnen)bocht wordt hem dat fataal, hij valt en duikt door een hoge sneeuwrand om te eindigen in de kussens. Hij draait een paar slagen om zijn as en vervolgt gedesoriënteerd zijn weg. Gomez ondertussen komt zienderogen dichterbij, zal hij eindelijk een rit gaan winnen? Hij komt naast de Zweed op het laatste rechte eind, maar die vindt net op tijd zijn ritme terug. Om de rit te beslissen eindigt hij nog met een kickfinish. Het Noorse publiek is hoorbaar in extase. Eindtijden net boven de vijftig seconden. De Nederlanders sloegen bij dit WK trouwens ook een modderfiguur, er eindigde niemand bij de eerste tien.