Column Geert Kuiper

Vanaf vier hoog kijk ik uit op een schitterend park. Er ligt een waterpartij met vooral veel bomen eromheen. Een tweetal trapt op een waterfiets, aan de kant ligt een vergeten vissersboot. Het park is duidelijk aangelegd om te recreëren, met een brede promenade om te wandelen en gescheiden middels een ruime groenstrook daarnaast een fietspad wat bij navraag bijna 30 kilometer lang blijkt te zijn, ‘state of the art’ asfalt. Verderop aan de promenade zit een hoempapaband zich de longen uit het lijf te blazen, met ondersteunend tromgeroffel. Regelmatig zie ik een skater over het fietspad voorbij komen.

Een stellage in het water maakt verschillende fonteinen. Vanavond gaat daar  vast de LED verlichting bij aan. De stoplichten aan de vierbaansweg die nog tussen het park en het hotel doorloopt en het centrum met de buitenwijken verbindt heeft allemaal moderne stoplichten, ook LED verlicht. Het lijkt wel Letland hier denkt de humorist in mij, maar het is ‘gewoon’ Wit Rusland. De enige dictatuur die nog overbleef in Europa. Vanuit een communistisch systeem heeft de almachtig leider Loekasjenko de touwtjes stevig in handen. Uiteraard ga ik niet teveel erover schrijven, want ik moet over een week wel weer terug naar Nederland.

Inmiddels is Belarus al weer zo n twintig jaar onafhankelijk. Als je daar van kan spreken, want het is zeer afhankelijk van grote buur Rusland. Maar Rusland schijnt ook weer afhankelijk te zijn van de Wit Russen, vanwege de pijpleidingen die gas en aardolie ondergronds transporteren.

Boeiend allemaal maar het gaat natuurlijk over schaatsen. Want daarom zijn we met de TVM schaatsploeg hier. Maar het een kan je niet los zien van het ander. De ijsbaan is namelijk iets in het verlengde van wat ik vanuit mijn hotelraam zie. Dat mooie park voldoet aan de allerhoogste normen, alle vormen van recreatie zijn er mogelijk. Verderop is een visvijver met een set barbecues eromheen.

Voor de vorig jaar geopende ijsbaan is voor de bouw maar liefst 150 miljoen  vrijgemaakt. En het is slechts onderdeel van een fantastisch complex met een ijshockeyarena (gebouwd voor het WK van 2014) en een velodroom (een overdekte wielerbaan); totale plaatje kostte 400 miljoen. Schijnt dat de bevolking er gratis gebruik van kan maken. Exploitatie, nooit van gehoord, personeel voldoende. Net als het park is het een vertoon van macht, van welvaart. Daar zit nu precies het schrijnende, maar misschien kan ik er niet over oordelen. Maar ik denk dat de bevolking het niet breed heeft. Verdienen weinig  met onzinnige baantjes. Alles is voorhanden maar vaak onbereikbaar. Op de ijsbaan staat bijvoorbeeld een koffiemachine, de mooiste die ik ooit gezien heb, maar er is geen koffie om er een bakkie uit te halen. De eerste levensbehoeften (haha koffie) lijken ondergeschikt aan pracht en praal. Het is mijn eerste indruk. Wij hebben, op verzoek, een thuis inzameling gedaan voor de plaatselijke schaatsclub. Ze hebben nauwelijks spullen, geen schaatsen in de juiste maat, nauwelijks kleding. Als we een zak met TVM mutsen willen uitdelen, dringen de jeugdige schaatsers zich op alsof er voedsel wordt uitgedeeld in een uitgehongerd dorp. We staan dan binnen in die prachtige hal, eentje waarvan in deze klasse we in Nederland er geen rijk zijn.

Als enige 400m baan in Europa is Minsk nu open. Daarom zijn we hier en hebben de baan de hele ochtend voor ons alleen.  Een mooie overbrugging naar de maand september, waarvoor we vorig jaar naar Calgary moesten gaan. De verre reis, het tijdsverschil en de hoogte blijven ons nu bespaard.

De ijsbaan is bijna dubbel zo breed als Thialf, de inrijbaan is gigantisch. Het ijs is prima, ze doen er heel erg hun best voor. De plaatselijke contactpersonen, willen het hier ‘verkopen’ en Sven Kramer en Ireen Wust zijn ook grote namen voor hun. Ze kennen ze en zijn trots dat ze hier zijn gekomen. Dat helpt natuurlijk. Gespannen kijken ze toe wat we vinden van hun ijsbaan. We gaan het hier goed hebben. Hoe contrastvol alles ook is. Alles is heel erg schoon, het valt gewoon op. Er zijn waarschijnlijk voldoende schoonmakers, iedereen heeft tenslotte een baan in het communistische systeem. Voor het eten is Cor Onderstal mee, een virtuoos uit de keuken van Hotel De Buunderkamp in Wolfheze, waar we regelmatig verblijven. Enigszins creatief zorgt hij dat er ons niets ook qua voeding ontbreekt.

Voor met name de mannen van de schaatsploeg is er regelmatig een spectaculair vrouwtje te zien. Ik kan melden dat de mode hier nogal kort is en de hakken hoog.

Ik kijk nog maar eens uit het raam, het is schemerdonker. Er gaat net een skeeleraar voorbij, best hard. Misschien heeft hij nieuwe wielen uit de Nederlandse weggeef gescoord. De fontein gaat van groen blauw naar rood roze, op een laag pitje. De lucht gevuld met donkere wolken. We moeten morgen maar weer eens zien, zou Piet Paulusma nu ongeveer zeggen.

Geert Kuiper